Minimaal tweemaal per jaar vindt er overleg plaats tussen de wethouder, het diensthoofd en de cliëntenraad.
Minimaal eenmaal per maand, of zo dikwijls dit door de cliëntenraad noodzakelijk wordt geacht, vindt overleg plaats waarbij ambtelijke ondersteuning aanwezig is.
Naast het in het tweede lid bedoelde overleg, kan de cliëntenraad zo vaak hij het wenselijk acht overleg voeren zonder de aanwezigheid van ambtelijke ondersteuning.
In beginsel zijn alle vergaderingen openbaar, tenzij een meerderheid van tweederde van het aantal aanwezige leden besluit een onderwerp in een besloten vergadering te bespreken.