De vergaderingen van de cliëntenraad wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter. Deze heeft een adviserende stem.
De voorzitter wordt op voordracht van de cliëntenraad en na een daartoe strekkend advies van het diensthoofd door het college voor een periode van 4 jaar benoemd. Deze periode kan eenmaal met 2 jaar worden verlengd.
Bij disfunctioneren van de voorzitter kan de cliëntenraad het vertrouwen opzeggen. Indien overleg tussen voorzitter en het dagelijks bestuur aangevuld met een van de leden, niet leidt tot herstel van het vertrouwen, stelt de cliëntenraad dit aan de orde bij het diensthoofd en kan hij het college verzoeken de benoeming ongedaan te maken.