Iedere fractie reserveert het in enig jaar niet
gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een
fractie ter besteding door die fractie in volgende
jaren.
De reserve is aan het einde van een raadsperiode niet
groter dan 30% van de bijdrage, die de fractie in het
voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel
12.
De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de
fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor
de fractie die naar het oordeel van de raad als
rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger
zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het
recht op dat meerdere.
Bij splitsing van een fractie wordt de reserve verdeeld
over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze
reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die
de oorspronkelijke fractie in het voorgaande
kalenderjaar ontving.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 16.
Artikel 16.
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2014