**1..** Ambtelijke bijstand wordt verleend tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt, dat de
bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden;
de taakuitoefening van de betreffende ambtenaren
hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de
bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare
proporties kan worden teruggebracht.
**2..** De secretaris beoordeelt of de ambtelijke bijstand op grond van
het eerste lid geweigerd wordt.
**3..** Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd,
deelt de secretaris dit met redenen omkleed mede aan de griffier
en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 3.
Artikel 5.
Artikel 5.
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2014