Als laag inkomen in de zin van artikel 36 WWB wordt aangemerkt een
inkomen dat gedurende de referteperiode gemiddeld niet meer bedraagt dan
110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; deze 110%-norm is in
verband met de referteperiode ook van toepassing op de jaren
voorafgaande aan de aanvraag op grond van deze verordening.