Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente
gemaakte kosten in verband met reizen
buiten het grondgebied
van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van
het gemeentebestuur vergoed conform het Reisbesluit – en
de Reisregeling binnenland. De vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer
(als trein en bus): een volledige vergoeding van
de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel (auto,
motor, bromfiets of fiets) als openbaar vervoer
niet mogelijk of niet doelmatig is: een vergoeding
van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
reiskosten overeenkomstig de artikelen 2 en 4 van
de Reisregeling binnenland;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel als
openbaar vervoer wel mogelijk en doelmatig is: een
vergoeding van de in redelijkheid gemaakte
noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de
artikelen 3 en 4 van de Reisregeling
binnenland.
Hoofdstuk II
Artikel 5
Reiskosten dienstreizen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2010