De opsporing van de in artikel 19 strafbaar gestelde feiten is, behalve
aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht genoemde
opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college van
burgemeester en wethouders met de zorg en naleving van deze verordening
zijn belast, ieder voorzover het de feiten betreft die in de aanwijzing
zijn vermeld.