Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Coevorden 1999

In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een diameter van de stam van minimaal 30 cm op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente zoals bedoel in artikel 4.1, onderdeel a. van de Wet natuurbescherming. boomwaarde: het getal dat wordt gevonden door het product van de volgende factoren: de oppervlakte in cm2 van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; de geïndexeerde eenheidsprijs per cm2; de standplaatswaarde; de conditiewaarde; de waarde van de plantwijze. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wetalgemene bepalingen omgevingsrecht. houtwal: een rij bomen met een overwegend dichte ondergroei van struiken, kruiden en grassen die op een wallichaam is geplant. windsingel: een dichte menging van struik en boomvormers geplant langs wegen, gebruikt als erfafscheiding of om begrenzing tussen percelen aan te geven. In deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel