Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Toepassing en bijzondere situaties

Onderdeel van Beleidsregels Wet bibob Wageningen 2011

1.. Het bestuursorgaan past de Wet bibob altijd toe in de in artikel 3, lid 1, sub a onder I, II en III genoemde categorieën. 2.. Het bestuursorgaan past de Wet bibob toe in de overige in artikel 3 genoemde categorieën in die gevallen dat er een aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen. Er is in elk geval aanleiding om de Wet bibob toe te passen, indien: er op basis van de door de gemeente (op basis van de beschikbare informatie) ingevulde Indicatorenlijst aanwijzingen zijn dat de beschikking of opdracht mogelijk mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen; in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 jo 26 van de Wet bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel