Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Drank- en Horecawet;
horecabedrijf: de activiteit, in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse;
paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf;
bijeenkomst van persoonlijke aard: bijeenkomst met een veelal feestelijk karakter, die geen direct verband houdt met de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties of verjaardagen;
alcoholhoudende drank: drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan een half volumeprocent uit alcohol bestaat;
zwak-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank, met uitzondering van sterke drank;
wijn: de categorieën alcoholhoudende dranken als opgesomd in Bijlage IV van Verordening (EG) 479/2008;
sterke drank: drank, die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor vijftien of meer volumeprocenten uit alcohol bestaat, met uitzondering van wijn;
bezoeker: een ieder die zich in een horecabedrijf bevindt, met uitzondering van:
leidinggevenden;
personen in dienst van het horecabedrijf;
personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
slijtersbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse, al dan niet gepaard gaande met het bedrijfsmatig of anders dan om niet aan particulieren verstrekken van zwak-alcoholhoudende en alcoholvrije drank voor gebruik elders dan ter plaatse;
winkel: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht;
snackbar/cafetaria: een inrichting, waarin uitsluitend of in hoofdzaak al dan niet voor directe consumptie ter plaatse gereed zijnde etenswaren worden verkocht;
restaurant: het horecabedrijf, waarin uitsluitend of in hoofdzaak voor directe consumptie gereed zijnde maaltijden en dranken worden verkocht;
inrichting: de lokaliteiten waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte.