Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling commissies

Onderdeel van Verordening op de vaste raadscommissies

1.. De voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de commissies worden aangewezen door de raad uit zijn midden, voor de duur van de zittingsperiode van de raad. De voorzitter heeft geen stem in de vergadering. 2.. De commissies bestaan uit ten hoogste twee leden van elke raadsfractie. 3.. De aanwijzing van de vaste leden en plaatsvervangende leden van de commissies vindt door en uit het midden van de onderscheiden raadsfracties plaats. 4.. Voor aanwijzing als commissielid kunnen ook in aanmerking komen personen die bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen op een lijst van een in de raad gekozen fractie voorkomen, en als zodanig eveneens op een daartoe door de raad vastgestelde lijst van lijstopvolgers voorkomen. Elke fractie kan maximaal 5 lijstopvolgers voordragen voor vermelding op de lijst genoemd in het vorige lid. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op lijstop-volgers. 5.. Het lidmaatschap van een commissie eindigt wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt van de raad, dan wel van de lijst van lijstopvolgers is verwijderd. 6.. In tussentijds openvallende plaatsen in een commissie wordt binnen zes weken na het openvallen of - indien gelijktijdig een vacature in de raad is ontstaan - binnen zes weken nadat het ter vervulling van die vacature benoemde lid zitting in de raad heeft genomen, voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel