Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2

Artikel 10

Wonen in een geschikt huis

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014

1.. Voor het voeren van een huishouden is het noodzakelijk normaal gebruik te kunnen maken van de woning waar men woont. 2.. In verband met het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Deze voorziening kan in de vorm van een bouwkundige of woontechnische of een niet-bouwkundige of niet-woontechnische of een uitraasruimte worden getroffen. 3.. Een voorziening zoals bedoeld in lid 2 wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen. 4.. In afwijking van het gestelde in het derde lid kan een woonvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming getroffen worden voor het bezoekbaar of logeerbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling. De hoogte van de maximale vergoeding wordt jaarlijks door het college vastgesteld en vastgelegd in het Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente. 5.. Onder het normaal gebruik van een woning wordt in ieder geval verstaan de mogelijkheid om normale elementaire woonfuncties te kunnen verrichten, zoals slapen, eten, lichaamsreiniging, het doen van essentiële huishoudelijke werkzaamheden en horizontale en verticale verplaatsingen binnen de woning 6.. Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte of gebruik behoefte hebben aan een dergelijke woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard bestaan. 7.. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. 8.. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Een verhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt worden. 9.. De hoogte van de maximale verhuiskostenvergoeding en de hoogte van de maximale vergoeding van een uitraasruimte worden door het college vastgesteld en vastgelegd in het Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente .

Rechtspraak bij dit artikel