Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Beleidsregel aanpak straatoverlast 2005

Van het zich ophouden of bewegen “zonder redelijk doel” is in ieder geval sprake als: er meldingen door de omgeving worden gedaan dat een groep al een tijd op een locatie aanwezig is, de bron is van lawaaihinder, en geen ander klaarblijkelijk oogmerk heeft dan ter plaatse samen te komen en ter plaatse te blijven; er meldingen door de omgeving worden gedaan waaruit blijkt dat een groep zich al een tijd op of aan de weg beweegt, de bron is van lawaaihinder, en geen klaarblijkelijk of vooroverwogen oogmerk heeft om zich naar een bepaalde bestemming te bewegen; er op grond van eigen waarneming door de politie sprake is van het gestelde onder 1. en/of 2.; er sprake is van een of meer locaties waar in de periode ervoor reeds herhalend lawaaihinder en/of andere overlast door aanwezige groepen heeft plaatsgevonden; er sprake is van een gebied waarin door groepen herhalend overlast heeft plaatsgevonden en waar verstoring van de openbare orde, met name gedurende de nachtelijke uren, chronisch is geworden; verkregen informatie leidt tot de verdenking dat een groep zich zonder redelijk doel op of aan de weg van 22.00 uur tot 06.00 uur ophoudt of beweegt. Deze informatie kan onder andere verkregen worden door het aanspreken van personen uit de groep door de politie of andere toezichthouders en hen te vragen wat zij ter plaatse aan het doen zijn. te bepalen dat deze beleidsregel wordt bekendgemaakt: door opname in het Gemeenteblad en vervolgens bij de afdeling Communicatie gedurende zes weken op werkdagen van 09.00 tot 15.00 uur voor een ieder ter inzage leggen van dit besluit; daarnaast deze beleidsregel onderhands bekend te maken aan: de politie.

Rechtspraak bij dit artikel