sociale recherche
De ambtenaren van de sociale recherche zijn aangesteld als BOA en voeren de opsporing uit van strafbare feiten op het gebied van de sociale voorzieningen bij de gemeenten. In uitzonderlijke gevallen zal de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD) ingeschakeld worden. De sociale recherche heeft deze opsporingsbevoegdheid en is beëdigd voor de taak.
De samenwerking met de sociale recherche is ook geregeld in regionaal verband op de Noord-Veluwe. Iedere maand is er een bespreking tussen de sociaal rechercheur van de regio met de gemeentelijk medewerker terugvordering/verhaal over de lopende zaken. Ad hoc vindt er indien nodig tussentijds overleg plaats. Twee keer per jaar vindt er in principe beleidsoverleg plaats. Hieraan nemen de beleidsmedewerkers en/of afdelingshoofden van de participerende gemeenten en de sociaal rechercheur en/of beleidsmedewerker deel.
De sociale recherche legt op een aantal manieren achteraf verantwoording af over de werkzaamheden en gevoerde werkwijze, namelijk door een (tussentijdse) rapportage, proces-verbaal, halfjaarlijks overzicht en een jaaroverzicht. De samenwerking tussen de gemeente Oldebroek en de sociale recherche verloopt goed, de gemaakte afspraken worden nagekomen.
De cijfers over 2013 komen in het tweede kwartaal van 2014 beschikbaar.
beleidsplan handhaving
Misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale voorzieningen wordt tegengegaan door uitvoering te
geven aan het beleidsplan Hoogwaardige handhaving (2010-2014). Onder hoogwaardig handhaven wordt verstaan door organisatorische maatregelen op het gebied van voorlichting, dienstverlening, controle en sanctioneren de (spontane) nalevingsbereidheid bij klanten te proberen te bevorderen. Het Beleidsplan handhaving loopt nog tot 2014. Gezien andere prioriteiten zal hier niet op korte termijn gestart gaan worden met een nieuw beleidsplan.
Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in werking getreden. Deze wet regelt de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misbruik en fraude. De belangrijkste wijzigingen zijn:
bij schending van de inlichtingenplicht wordt een bestuurlijke boete opgelegd, in plaats van een maatregel. Een bestuurlijke boete kan, in tegenstelling tot een maatregel, ook worden opgelegd als er geen recht op bijstand meer is;
de bestuurlijke boete wordt gesteld op het maximaal geleden (netto)benadelingsbedrag;
in geval van recidive (herhaalde overtreding van de inlichtingenplicht binnen vijf jaar) bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste 150% van het benadelingsbedrag;
terugvordering wordt een verplichting (is nu een bevoegdheid).
De nieuwe wet heeft geleid tot het opstellen van de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 en de Beleidsregel boete bij nulfraude en verminderde verwijtbaarheid 2014. Cijfers (hoeveel boetes en welke bedragen) zijn nog niet beschikbaar.