In 2013 is op het gebied van het omgevingsrecht landelijk een nieuw professionaliseringstraject van start gegaan. Dit is een traject dat enigszins vergelijkbaar is met het professionaliseringstraject milieu uit de periode 2003/2005. Doelstelling van het traject is er voor te zorgen dat de handhavingsorganisaties op het gebied van het omgevingsrecht (blijven) voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria (kwaliteitscriteria 2.1). De provincies zijn ter zake de regisseurs.
In de wijziging van de Wabo die per 14 april 2016 in werking is getreden is bepaald dat gemeenten voor basistaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving VTH kwaliteitseisen aan de VTH taakuitvoering vast stellen in de vorm van een verordening. Daarnaast geldt voor de niet-basistaak een zorgplicht om kwaliteit te borgen (inhoud en wijze van borging staat vrij).
De VTH verordening regelt de gemeentelijke zorg voor een veilige en een gezonde fysieke leefomgeving voor zover die gestalte krijgt in de kwaliteit van uitvoering en handhaving.
Het gaat hierbij met name om:
a. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;
b. de dienstverlening;
c. de financiën.
In juni 2016 is de verordening VTH vastgesteld. Met de verordening wordt het kwaliteitsniveau van de taken die door de ODNV worden uitgevoerd vastgelegd. In 2017 zal besluitvorming plaatsvinden over het kwaliteitsniveau van de thuistaken.
1.11Landelijke handhavingsstrategie en Nalevingstrategie voor de Omgevingsdienst
In 2014 kregen gemeenten te maken met een andere ontwikkeling, namelijk de vaststelling van een landelijke handhavingsstrategie. Kortweg gezegd één landelijke uniforme handhavingsstrategie voor alle bevoegde overheden en handhavingsinstanties.
Daarbij moet o.m. gedacht worden aan uniforme werkwijzen en aan uniforme waardering van geconstateerde overtredingen. Ook de afstemming tussen de bestuursrechtelijke en de strafrechtelijke aanpak krijgt hierin plaats. De handhavingsstrategie is ontworpen vanuit het omgevingsrecht, maar de beoogde toepassing is breder dan alleen het omgevingsrecht.
Een stuurgroep en projectgroep met vertegenwoordigers van alle handhavingsinstanties in Nederland hebben gewerkt aan een conceptversie van de Landelijke Handhavingsstrategie. Na verwerking van de consultatieresultaten heeft het Bestuurlijk Omgevingsberaad de Landelijke Handhavingsstrategie in juni 2014 vastgesteld. Vanuit de rol van de provincie als regisseur van de handhavingssamenwerking heeft de provincie het voortouw genomen in de verdere implementatie. De provincie verzocht de gemeenten om deze landelijke handhavingsstrategie vast te stellen. Op 26 januari 2016 is besloten om de “Nalevingstrategie voor de aan de Omgevingsdienst Noord-Veluwe overgedragen taken 2016-2019” vast te stellen en deze per 1 februari 2016 in werking te laten treden. De inhoud van de Nalevingsstrategie is gericht op het bereiken van een duurzame en veilig omgeving. De Nalevingsstrategie bestaat uit:
De probleem- en risicoanalyse ( gericht op wat we gaan handhaven);
De toezichtstrategie ( hoe houden we toezicht);
De sanctiestrategie ( hoe treden we op bij overtredingen);
De gedoogstrategie ( wanneer en hoe zien we af van handhaven) en
De preventie strategie ( hoe voorkomen we dat handhaving nodig is).
Voor de sanctiestrategie is de “Landelijke handhavingsstrategie” leidend geweest. De gedoogstrategie is gebaseerd op het landelijk gedoogkader.
Herijking beleid
Bij de herijking van het gemeentelijk handhavingsbeleid dat op de planning stond voor het najaar van 2016 worden de “Landelijke handhaving strategie” en de “Nalevingsstrategie Noord Veluwe” meegenomen. Ook de wijziging toezichtstrategie ( risicogericht handhaven), de kwaliteitscriteria en OVM worden meegenomen. De herijking is echter uitgesteld in verband met de komst van diverse nieuwe wetgeving ( de omgevingswet/ de wet kwaliteitsborging).
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.10
kwaliteitseisen en zelfevaluatie
Onderdeel van Nota integrale handhaving 2017