Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV)
De gemeente Oldebroek is per 1 juli 2013 aangesloten bij de ODNV. In 2012 heeft de gemeente besloten om het basistakenpakket (de complexe milieutaken) over te dragen en de overige taken in eigen beheer te houden. Per 1 juli 2015 zijn de asbesttaken die betrekking hebben op alle sloop meldingen overgegaan naar de ODNV. Per 1 juli 2016 zijn ook de inrichting gebonden taken voor pakket 2 bedrijven overgegaan naar de ODNV. Het betreft het behandelen van meldingen en toezicht bij het restant van de niet vergunningplichtige bedrijven. Er vindt nu onderzoek plaats naar het mogelijk overdragen van pakket 3 (overige niet-inrichtingsgebonden milieutaken) naar de ODNV. Dit zal uiterlijk na de zomer van 2017 plaatsvinden. Wij zijn nog nader aan het onderzoeken of wij dit alleen gaan doen of in NEO verband.
Resultaten 2016
Over de door ODNV uitgevoerde controles heeft de ODNV verslag uitgebracht in het jaarverslag 2016. Het jaarverslag is vastgesteld in februari 2017 (zie bijlage).
Voor de in eigen beheer ( de controles t/m 1 juli 2016) uitgevoerde controles geldt het volgende. Er hebben 21 integrale controles plaatsgevonden. Dit waren allen inrichtingen. In 9 (inrichtingen) gevallen bleek er iets niet in orde. Dit is 43% van het totaal aantal gecontroleerde bedrijven. Om een beeld te krijgen van de hercontroles van de afgelopen jaren, zijn in onderstaande grafiek de percentages van de benodigde hercontroles naar aanleiding van reguliere controles in de periode 2005 tot en met 2015 weergegeven.
hercontroles naar aanleiding van reguliere controles
Jaar 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
percentage hercontroles 43 36 15 19 23 24 27 19 74 51 43
Het percentage hercontroles is een aantal jaren erg laag geweest, maar dit is in 2014 en 2015 weer behoorlijk toegenomen. In 2016 zien we weer een daling, maar dit komt ook vanwege het feit dat er minder inrichtingen zijn gecontroleerd, daar de taken halverwege 2016 zijn overgenomen door de ODNV.
Overigens kunnen aan dit percentage geen absolute conclusies verbonden worden over het totale naleefgedrag. Daarvoor zal ook gekeken moeten worden naar het aantal situaties dat daadwerkelijk overgegaan moest worden tot het opleggen van een dwangmaatregel. Dan blijkt dat dit in absolute aantallen dat het wisselende resultaten geeft.
Jaar 2012 2013 2014 2015 2016
Aantal hercontroles 39 16 79 51 9
Aantal dwangmaatregelen 11 6 4 9 0
Percentage 28,2 37,5 5,1 17,6 0
In 2016 zijn er door de ODNV 10 hercontroles uitgevoerd van de 25 controles. Het naleefpercentage is hier 60 %. Wij verwijzen voor de cijfers van de ODNV naar het bijgevoegde jaarverslag van februari 2017.
Geen (goedgekeurde) brandblusmiddelen
Er is 4 keer geconstateerd dat er geen (goedgekeurde) brandblussers worden aangetroffen. Na een her controle is overtreding wel altijd opgelost. Aangezien er in lang niet alle gevallen een onderhoudscontract wordt afgesloten komt de overtreding bij de volgende periodieke controle weer terug. Wel wordt in alle gevallen geadviseerd om een onderhoudscontract af te sluiten.
Geen goedgekeurde dieselolietanks.
Tijdens de controles zijn dit jaar 6 overtredingen geconstateerd met betrekkingen tot dieselolietank. Vanaf januari 2015 moet elke dieselolietank voorzien zijn van een installatiecertificaat. Er zijn meerdere tanks aangetroffen zonder installatiecertificaat. Dit betreft veelal tanks bij agrariërs met een bouwjaar van voor 2000 die niet meer te certificeren zijn. Deze moeten van de inrichting worden gesaneerd. Ook zijn er veel tanks met een bouwjaar na 2000 aangetroffen zonder certificaat. Deze zijn geplaatst maar niet op de juiste wijze geïnstalleerd. Omdat de gecertificeerde bedrijven erg druk zijn lukt het meestal niet om de overtredingen binnen de gestelde termijn op te lossen. De indruk is dat het naleefgedrag van de regelgeving bij dieselolietanks laag is. Er wordt pas actie ondernomen na controle van de inspecteur.
periodieke controles categorie 0-inrichtingen
In voornoemde beleidsnota is opgenomen dat ook de zogenoemde categorie 0-inrichtingen periodiek gecontroleerd worden. Dit betreft percelen waar op dit moment geen milieu-inrichting aanwezig is, maar die wel de potentie hebben om uit te groeien tot een milieu-inrichtingen. Het gaat daarbij om percelen waar hobbymatige activiteiten plaatsvinden (bijvoorbeeld hobbyboeren) en percelen waar de oorspronkelijke milieuactiviteiten zijn gestaakt, maar waar de feitelijke omstandigheden nog aanwezig zijn die een herstart mogelijk maken.
Het uitvoeren van periodieke controles bij categorie 0-inrichtingen is geen wettelijke taak. Binnen de gemeente werden deze controles tot op heden wel uitgevoerd, met als voornaamste argument dat zo de actualiteit van het inrichtingenbestand zo goed mogelijk gewaarborgd werd.
In de praktijk van de afgelopen jaren is echter gebleken dat het rendement van deze controles niet erg hoog is. Overtredingen zijn nauwelijks geconstateerd. Bovendien werd vaak tegen onbegrip opgelopen, bijvoorbeeld als een inspecteur voor de zoveelste keer kwam kijken op een perceel waar al jaren geen milieuactiviteiten plaatsvonden. Dergelijke controles stralen een zekere mate van wantrouwen tegenover de inwoners, wat zich slecht verdraagt met de boodschap uit het in de inleiding genoemde motto: vertrouwen in de samenleving. Tot slot zijn andere methoden vaak effectiever dan het uitvoeren van periodieke controles om eventuele overtredingen op te sporen. Daarbij wordt gedoeld op klachten en meldingen van inwoners en ambtshalve constateringen tijdens andersoortige controles.
Dit heeft er toe geleid dat besloten is om de categorie 0-inrichtingen niet meer periodiek te controleren. In 2014, 2015 en 2016 hebben deze controles dan ook niet plaatsgevonden.
Bonus/malus
Conform het gestelde in de nota is ook in 2016 weer toepassing gegeven aan de bo-nus/malusregeling. Deze houdt in dat bij inrichtingen waar stelselmatig overtredingen plaatsvin-den de controlefrequentie zal worden verhoogd (malusregeling) en bij inrichtingen waar overtredingen uitblijven de controlefrequentie zal worden verlaagd (bonusregeling).
De stand van zaken per 31-12-2016 is dat 3 inrichtingen in aanmerking komen voor een bonus en geen enkele inrichting voor de malus.
Reeds sinds 2013 staat in het uitvoeringsprogramma opgenomen dat nader onderzocht zou worden of de bonus-malusregeling nader verfijnd kan worden, door de controlefrequentie van de bedrijven die nimmer de regels overtreden verder te verlagen, voor deze bedrijven een vorm van administratief toezicht in te voeren (conform het zgn. Boekelse model), dan wel een systeem van het toekennen van keurmerken in te voeren.
In 2014 is geconcludeerd naar aanleiding van de lopende ontwikkelingen, in combinatie met de uitkomsten van de controles van 2014 om het bonus-malus systeem te handhaven. In 2015 is het systeem dus nog enkele malen toegepast. Nu de implementatie van de landelijke handhavingsstrategie is afgerond en per 1 juli 2016 nog meer taken worden opgedragen aan de ODNV, zullen wij steeds minder toepassing gaan geven aan deze regeling.
Asbest
De correcte verwijdering van asbest was, is en blijft landelijk een hoge prioriteit hebben.
Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Het verbod beschermt mens en milieu tegen de gevaren van blootstelling aan asbest. Particulieren, bedrijf en (overheids-) instellingen mogen in 2024 geen asbestdaken meer bezitten. Bedrijven en particulieren zijn zich steeds meer bewust van de datum 1 januari 2024. Er wordt steeds vaker contact gezocht voor informatie over subsidieregelingen e.d. Vanuit de provincie is een projectgroep opgericht waar de provincie, gemeenten, omgevingsdiensten en de brancheorganisatie in vertegenwoordigd zijn. Sinds december 2016 maken wij als gemeente ook deel uit van deze projectgroep.
Sinds de tweede helft van 2016 ligt dit gehele takenpakket bij de ODNV. Wel komen bij ons de meldingen binnen. Elke asbestverwijdering moet schriftelijk worden gemeld. Daarin wordt o.a. aangegeven welke materialen er verwijderd worden en de hoeveelheid die verwijderd wordt. Ook wordt aangegeven wie het asbesthoudend materiaal gaat verwijderen en of hij gecertificeerd is om deze werkzaamheden uit te voeren. De melding wordt vervolgens doorgezet naar de ODNV. Dit betekent dat ODNV sloopmeldingen toetst en afhandelt, toezicht houdt op locatie, dit afhandelt en zorg draagt voor de eventuele handhaving die hieruit voortvloeit.
In 2016 zijn er 113 meldingen ingediend. Hiervan zijn er 101 geaccepteerd, 12 geweigerd, 33 compleet afgehandeld en 68 meldingen lopen er nog. Wij verwijzen hiervoor naar paragraaf 4.2 van het jaarverslag van de ODNV.
klachten, vrije veld delicten en projecten
Bij de gemeente kunnen klachten binnenkomen die te maken hebben met overlast veroorzaakt door bedrijven (inrichtingsgebonden klachten) of andere activiteiten (niet-inrichtingsgebonden klachten). De klachten hebben betrekking op de taakvelden milieu. De klachten worden geregistreerd in het geautomatiseerde inrichtingenbestand. Een klachtenoverzicht kan worden gebruikt als hulpmiddel bij het bepalen van aandachtspunten voor beleidsuitvoering. Daar waar aan de klacht een overtreding van de wettelijke voorschriften ten grondslag ligt, zal handhavend opgetreden worden (e.e.a. conform het beleidsnota actualisatie professionaliseringsdocument 2010 beschreven proces), dit ook om eventuele milieuschade te voorkomen. Het komt echter ook voor dat aan een klacht niet zozeer een overtreding van de regelgeving ten grondslag, maar meer een ongenoegen met een situatie die voldoet aan de regelgeving (bijvoorbeeld geur van een open haard) of een burenruzie. Oldebroek voor mekaar heeft tot gevolg dat in dergelijke situaties burgers naar elkaar terugverwezen worden. Dergelijke problemen moeten primair onderling opgelost worden.
We kwamen over 2016 uit op 20 milieuklachten. Dit zijn er veel minder dan vorig jaar, daar deze taak halverwege 2016 is overgegaan naar de ODNV en drie grote handhavingszaken hieronder apart zijn opgenomen.
Inrichting gebonden Niet-inrichting gebonden
Geur 1
Geluid 19 (allen ingediend door 1 persoon betrekking hebbende op 1 inrichting) -
Overig
Bij de ODNV zijn voor de gemeente Oldebroek 22 klachten binnen gekomen ( bijlage 2 van het jaarverslag). Voornamelijk op het gebied van geur en geluid. De ODNV heeft daarbij geen onderscheid gemaakt tussen inrichting gebonden en niet-inrichting gebonden bedrijven.
Drie tal grotere handhavingszaken
Een drie tal handhavingszaken hebben in 2016 veel tijd gekost. Voor deze zaken was het dan ook noodzakelijk om in het najaar inhuur te plegen. Er zijn twee medewerkers ingehuurd die samen 1 fte vullen. Deze twee medewerkers blijven naar verwachting tot de zomer van 2017.
Er is voor 1 kwestie een plan van aanpak opgesteld. Deze wordt indien noodzakelijk bijgestuurd. De zaak loopt nog altijd door in 2017 en kenmerkt zich door de vele brieven, gesprekken en telefoontjes. We werken zoveel mogelijk volgens een thematische aanpak. Zodat we in de toekomst op onderdelen kunnen af kaderen en afsluiten. Dit is de insteek voor 2017.
Voor de andere twee kwesties die spelen is ook een plan van aanpak opgesteld. Voor 1 kwestie is een oplossing in zicht, maar deze zaak hangt ook samen met een bedrijfsverplaatsing. Wij hopen deze zaak in 2017 te kunnen afronden.
Alle drie de handhavingszaken kenmerken zich door de diverse belangen en partijen. Deze zaken zijn daardoor zeer arbeidsintensief en complex. Het vereist nauwe samenwerking met andere overheden zoals de ODNV en de Provincie.
Laag frequent geluid
In 2014 kwam aan het licht dat diverse inwoners van Wezep-Noord overlast ondervinden van laag-frequent geluid. Deze problematiek liep door in 2015 en 2016. In samenspraak met de GGD is ter zake een onderzoek uitgevoerd om enerzijds de aanwezigheid hiervan aan te tonen en anderzijds de bron hiervan te lokaliseren. De aanwezigheid van het geluid is aangetoond. Helaas is het tot op heden niet gelukt om de bron te lokaliseren. De bron van laag-frequent geluid kan vele tientallen kilometers verwijderd zijn van de plek waar de overlast zich voordoet, waardoor de kans reëel is dat deze zich buiten de gemeentegrens bevindt.
Het bedrijf Microflown heeft in december 2016 onderzoek gedaan. Het rapport is inmiddels binnen en het er is op dit moment nog geen bron te achterhalen. We beraden ons of het zinvol is om vervolgonderzoek te doen.
controle vuurwerkverkooppunten
Deze taak valt binnen het zogenoemde basistakenpakket en is in 2016 door de omgevingsdienst uitgevoerd. Wij verwijzen voor dit onderwerp dan ook naar pagina 20 van het jaarverslag 2016 van de ODNV.
24-uurs beschikbaarheids- en bereikbaarheidsregeling
Op grond van artikel 7.4 van het Besluit Omgevingsrecht dient de gemeente een 24 uurs bereik-baarheids- en beschikbaarheidsregeling te hebben. Dientengevolge is een regeling opgesteld. De regeling ziet op de Wabo-handhavingstaken en de evenementenregelgeving. De regeling betreft zowel de controlerende component (inspecteurs), als de juridische component (juristen).
De regeling is in juni 2010 in werking getreden. Gekozen is voor een calamiteitennummer dat inwoners buiten kantooruren kunnen bellen bij incidenten op gebied van milieu, bouwen en evenementen, waarvan de afhandeling niet kan wachten tot de eerstvolgende werkdag. De invoering van dit calamiteitennummer is gekoppeld aan de invoering van de nieuwe ict/telefooncentrale en is op 16 februari 2015 in werking getreden. Inwoners die buiten kantooruren het algemene telefoonnummer van de gemeente bellen worden via een keuzemenu doorverbonden met het calamiteitennummer. In 2016 zijn er geen medewerkers gebeld. De ODNV is 3 maal ingeschakeld. Sinds januari 2017 zijn wij ook aangesloten bij de calamiteitenregeling van de ODNV.
lokaal handhavingsoverleg
Elk kwartaal heeft er een handhavingsoverleg plaats met o.a. externe handhavingspartners, regionale milieupolitie, plaatselijke politie, Dierenpolitie, Waterschap, NVWA (AID) en ODNV. Ook zal in 2017 een afgevaardigde van de ODNV bij het overleg aanschuiven. De overleggen stonden vier keer ingepland. Daarvan zijn er twee overleggen doorgegaan. Dit in verband met onder andere ziekte.
Tijdens het overleg zijn de externe handhavingspartners goed aanspreekbaar en is er geen afstand. Met name de inspecteurs hebben door het overleg een goede ingang gekregen bij onze externe handhavingspartners. Wanneer je gezamenlijk optrekt kunnen zaken sneller en adequater worden aangepakt.
voeren van handhavingsprocedures
Handhavingsprocedures op het gebied van omgevingsrecht (milieu en Bouwen/RO) worden heden ten dage integraal opgepakt en geregistreerd. Het maken van een onderverdeling van deze totaalaantallen naar handhaving milieu en handhaving Bouwen/RO is enigszins arbitrair om eerder genoemde reden dat één handhavingszaak vaak meerdere aspecten verenigt. Globaal kan echter de volgende verdeling worden aangehouden:
In zijn totaliteit zijn op het gebied van handhaving van het omgevingsrecht de volgende acties verricht.
Aantal constateringsbrieven : 21 bouw/ro en 19 milieu
Aantal dwangmaatregelen: 8 bouw/ro en 0 milieu
Aantal gedoogbesluiten : 0 bouw/ro en 0 mileu
Aantal afgewezen verzoeken om handhaving: 10 bouw/ro en 0 milieu
Aantal inningen: 3 bouw/ro
Aantal bezwaar en beroep : 1
Aantal OvM/mediation: alle zaken proberen in te zetten
Overig*: 262 bouw/ro en 6 milieu
*denk aan uitzetten/voorbespreken, informatieve brieven, eindbrieven, opschortingsbrieven, intrekking besluiten, toewijzingsbeschikkingen, hoorzittingen, verslaglegging, klachten etc.
De tendens in het aantal opgepakte zaken is de afgelopen jaren wisselend. Dit heeft onder andere te maken met zaken die doorlopen, de personele capaciteit en het weerleggen van bevoegdheden bij de ODNV.
Mediation en OVM
Er zijn minder dwangmaatregelen op gelegd dan in 2015. Dit is het gevolg van toepassing van “Oldebroek voor mekaar” in de handhavingsprocessen. Dit traject wordt al ingezet door de inspecteur die doormiddel van bemiddeling en overleg probeert het probleem op te lossen. In het vervolgtraject wordt er door de juridisch medewerkers, voordat er een juridische stap wordt genomen eerst weer overlegd met de partijen om er op minnelijke wijze uit te komen. Daardoor wordt in veel gevallen wel voorkomen dat er langlopende juridische trajecten gevolgd dienen te worden. Overigens heeft dit niet tot gevolg dat per saldo tijd bespaard wordt: het toepassen van OvM vraagt ambtelijke tijd en betekent soms zelfs dat een kwestie meer tijd kost dan het strikt volgen van de juridische weg gekost zou hebben. In 2015 zijn we gestart met het nader monitoren van hoeveel tijd OvM met zich meebrengt en of efficiency-maatregelen mogelijk zijn. Hieruit blijkt dat gemiddeld gezien per zaak 2 uur aan OvM kwijt zijn, maar er zijn ook diverse gevallen waarbij het aantal uren veel hoger is. In een aantal zaken heeft buurtbemiddeling een rol gespeeld. In een aantal zaken heeft een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden door de verantwoordelijk wethouder. Ook in 2017 blijft OvM een rol spelen in de handhavingsprocessen.