**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze en moet worden betaald bij aanvang van het parkeren.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**3..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
**4..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt het in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften als voldoening op aangifte aangemerkt.
Artikel 6
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2010