Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 7.

Hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning 2014 Gemeente Voerendaal

1) a) De hoogte van de financiële tegemoetkoming, zoals bedoeld in artikel 17 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning 2011, rekening houdend met de eigen bijdrage voor de woonvoorziening welke achteraf door het CAK wordt berekend, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte en/of overeenkomstig de door de gemeente of door een (door het college aangestelde) adviesinstantie opgestelde kostenraming. b) De hoogte van het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in artikel 17 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning 2011 minus de eigen bijdrage voor de woonvoorziening, wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte en/of overeenkomstig de door de gemeente of door een (door het college aangestelde) adviesinstantie opgestelde kostenraming. 2) De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 10 lid 4 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning 2011 (verhuis- en herinrichtingskosten) bedraagt € 2.600,00. 3) Een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie ten behoeve van een verstrekte voorziening zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning 2011 wordt verstrekt indien: a) de woonvoorziening nog in het kader van de verordening Wet Voorzieningen Gehandicapten is verleend of; b) de woonvoorziening in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2009 is verleend; c) de woonvoorziening in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2011 is verleend; d) en de woonvoorziening voorkomt op de in bijlage 2 genoemde voorzieningen; e) bij de verlening van de woonvoorziening de aanvrager een onderhoudscontract met de leverancier dan wel een vergelijkbare onderneming heeft afgesloten voor de woonvoorziening zoals opgenomen in bijlage 2; f) en de gehandicapte ten tijde van het onderhoud, keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf heeft en bewoont. 4) Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verwijdering van een woonvoorziening zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 van de Verordening voorzieningen wet maatschappelijke ondersteuning 2011 wordt bij huurwoningen verstrekt indien ten genoegen van de gemeente kan worden aangetoond dat alle pogingen om de vrijgekomen aangepaste woning opnieuw aan een persoon met beperkingen te verhuren vruchteloos zijn gebleven. In dat geval kunnen de kosten van de sloop en van het terugbrengen in de oude staat van de absoluut noodzakelijk te verwijderen voorzieningen worden vergoed (rekening houdend met de gebruikelijke afschrijvingstermijn van voorzieningen) voor zover dit niet tot de verantwoordelijkheid behoort van de vertrekkende huurder op basis van het vigerende beleid van een woningcorporatie. 5) In het kader van artikel 10 lid 1 Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 en artikel 16 lid 1 Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 wordt voor het bezoekbaar maken van een woonruimte maximaal € 2.270,00 verstrekt. De financiële tegemoetkoming kan worden toegekend voor het bezoekbaar maken van maximaal één woning. 6) a) De eigenaar – bewoner, die krachtens artikel 10 lid 2 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 een woonvoorziening vanaf € 10.000 heeft ontvangen, en die binnen een periode van vijf jaar na realisatie van de voorziening, de woning verkoopt is gehouden om binnen een week na het passeren van de notariële akte van levering, het college van B&W hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Het verstrekte bedrag dient deels aan de gemeente te worden gerestitueerd. b) De restitutie wordt als volgt berekend: ·Voor het eerste jaar 100% van het verschil tussen het totale verstrekte bedrag en € 10.000,00; ·Voor het tweede jaar 80% van het verschil tussen het totale verstrekte bedrag en € 10.000,00; ·Voor het derde jaar 60% van het verschil tussen het totale verstrekte bedrag en € 10.000,00; ·Voor het vierde jaar 40% van het verschil tussen het totale verstrekte bedrag en € 10.000,00; ·Voor het vijfde jaar 20% van het verschil tussen het totale verstrekte bedrag en € 10.000,00. c) Voor zover het in alle redelijkheid mogelijk is (naar het oordeel van het college), kan de eigenaar - bewoner er ook voor kiezen om de aangebrachte woonvoorziening aan de gemeente te retourneren (voor rekening van de eigenaar - bewoner) zodat geen restitutie van het totale verstrekte bedrag is verschuldigd. 7) a) Rekening houdend met artikel 10 lid 1 Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 kan het college een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen aan een persoon (zoals bedoeld in artikel 1 lid 5), die moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van de huidige woonruimte of de nog te betrekken woonruimte, alleen voor de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woningaanpassing niet bewoond kan worden, en als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan. Deze tegemoetkoming wordt alleen verleend als de persoon redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben. De hoogte van de financiële tegemoetkoming bedraagt: de werkelijke kosten met een maximum van € 454,00 per maand ter tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. de werkelijke kosten met een maximum van € 350,00 per maand ter tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. b) In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor een bedrag zoals door het college is vastgesteld is aangepast, kan het college, rekening houdend met artikel 10 lid 1 Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal 6 maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. c) De hoogte van de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 7 lid 7 sub b is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, met een maximum dat gelijk is aan de maximumhuur (kale huur) die van toepassing is voor de berekening van de huurtoeslag. Deze tegemoetkoming kan alleen verleend worden als de kosten gemaakt worden i.v.m. het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het tijdelijk betrekken van een niet- zelfstandige woonruimte, of het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. 8) a) Indien de kosten van woningaanpassing € 6.500,- of meer bedragen voor voorzieningen zoals genoemd in artikel 10 lid 2 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2011, dient belanghebbende in principe te verhuizen naar een voor hem / haar geschikte aangepaste woning, voor zover deze binnen de medisch aanvaardbare termijn beschikbaar is. Dit wordt het verhuisprimaat genoemd. De tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 van dit besluit (verhuiskostenvergoeding) wordt alsdan verstrekt. b) Als blijkt dat er geen geschikte aangepaste woning zoals genoemd in artikel 7 lid 8a van dit besluit binnen de medisch aanvaardbare termijn beschikbaar is, komen de kosten voor de voorzieningen zoals genoemd in artikel 10 lid 2 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Voerendaal 2011 voor rekening van de gemeente Voerendaal tot een bedrag ad € 20.000 maximaal. 9) a) Na realisatie van de woonvoorziening dient de eigenaar van de woning een gereedmeldingsformulier in te dienen. De beschikking, waarin de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in artikel 17 van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 is toegekend, wordt ingetrokken indien het gereedmeldingsformulier niet binnen een termijn van 6 maanden – gerekend vanaf de datum van de beschikking – is ingediend. b) De eigenaar van de woning kan eenmaal schriftelijk en gemotiveerd om uitstel van deze termijn verzoeken met een maximum van 6 maanden. Dit verzoek moet één maand voorafgaand aan het verstrijken van de termijn zoals bedoeld in artikel 7 lid 9 onder a bij het college van burgemeester en wethouders worden ingediend. 10) a) Conform het gestelde in artikel 24 lid 2 onder a) van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning 2011 worden de voorzieningen zoals genoemd in de bijlage 3 van dit besluit tenminste als algemeen gebruikelijk aangemerkt. b) In individuele gevallen kan een voorziening die op zichzelf als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd, vanwege omstandigheden aan de kant van de aanvrager toch voor vergoeding in aanmerking komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel