**1..** De instelling vormt een egalisatiereserve van niet meer dan tien procent van de jaarlijks gerealiseerde omzet.
**2..** De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan drie eenderde procent van de in dat jaar gerealiseerde omzet.
**3..** Indien de egalisatiereserve in enig jaar meer bedraagt dan tien procent van de in dat jaar gerealiseerde omzet, zal bij de subsidievaststelling een korting worden toegepast. Deze korting bedraagt het eventueel meerdere van de toegestane egalisatiereserve.
**4..** Indien de toevoeging aan de reserve in enig jaar meer bedraagt dan drie eenderde procent van de in dat jaar gerealiseerde omzet, zal bij de subsidievaststelling een korting worden toegepast. Deze korting bedraagt het eventueel meerdere van de toegestane toevoeging in dat jaar.
**5..** Indien de instelling in enig jaar geen middelen aan de egalisatiereserve kan toevoegen en de exploitatie op rekeningsbasis niet sluit zal de instelling een beroep moeten doen op de tot dan gevormde egalisatiereserve.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening aan een instelling geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het gestelde in het eerste tot en met het vierde lid. Het besluit tot ontheffing wordt opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening. Indien sprake is van een ontheffing wordt de wijze waarop in dat geval invulling wordt gegeven aan vorming en voeding van een egalisatiereserve integraal opgenomen in het subsidie-contract ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening.
Hoofdstuk III:
Artikel 15:
Egalisatiereserve
Onderdeel van SUBSIDIEVERORDENING PROFESSIONELE INSTELLINGEN OP HET GEBIED VAN WELZIJN EN ZORG