Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2000.
Op de datum van inwerkingtreding van deze verordening:
wordt de "Subsidieverordening sociaal-culturele activiteiten" vastgesteld door de raad van Maastricht op 4 november 1981 en zoals nadien gewijzigd, buiten toepassing gelaten voor die instellingen die op grond van artikel 2 onder de werkingssfeer van deze verordening vallen;
vervallen de "Subsidieverordening gecoördineerd ouderenwerk" vastgesteld door de raad van Maastricht op 4 november 1981 en zoals nadien gewijzigd, en de "Subsidieverordening maatschappelijke dienstverlening" vastgesteld door de raad van Maastricht op 5 februari 1985 en zoals nadien gewijzigd.
Aanvragen tot vaststelling van subsidie voor de periode tot en met 1999 worden aangemerkt als aanvragen ter definitieve vaststelling van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 14 van de "Algemene subsidieverordening" en worden overeenkomstig laatstgenoemde verordening en, voor zover van toepassing, overeenkomstig de "Subsidieverordening sociaal-culturele activiteiten", de "Subsidieverordening gecoördineerd ouderenwerk" dan wel de "Subsidieverordening maatschappelijke dienstverlening" afgedaan.
Aanvragen tot vaststelling van een meerjarensubsidie voor een prestatieplan of werkprogramma waarvan de termijn eindigt na 31 december 1999 worden aangemerkt als aanvragen bedoeld in het derde lid.
Ten behoeve van de vaststelling van de subsidie voor het boekjaar 2000 bestemmen de instelling en burgemeester en wethouders in gezamenlijk overleg het doel waarvoor de geconstateerde egalisatiereserve boven de toegestane tien procent van de in dat jaar gerealiseerde omzet wordt ingezet. Deze bestemming wordt integraal opgenomen in de beschikking tot subsidievaststelling.
Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 26 juni 2001.
de secretaris,
Drs. W. Rutten,
De voorzitter,
Mr. Ph. Houben
Hoofdstuk IV:
Artikel 20:
Inwerkingtreding en overgangsrecht
Onderdeel van SUBSIDIEVERORDENING PROFESSIONELE INSTELLINGEN OP HET GEBIED VAN WELZIJN EN ZORG