**1..** De controle op de besteding van het persoonsgebonden budget vindt plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van elk kalenderjaar.
**2..** De budgethouder moet voor de controle op de besteding van het persoonsgebonden een overzicht van de salarisadministratie aan het college overleggen, indien het college daarom verzoekt.
**3..** De verantwoording is niet rechtsgeldig als die gedaan wordt door de hulpverlener zelf.
**4..** De steekproef zoals genoemd in artikel 22 van de Verordening heeft een omvang van tenminste 10% van het aantal verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
**5..** Verstrekkingen voor hulp bij het huishouden vanaf € 7.500,-, worden altijd gecontroleerd. De controle vindt plaats na afloop van elk kalenderjaar.
**6..** De verantwoording over het persoonsgebonden budget vindt plaats over het totaal van het toegekende bedrag van desbetreffend kalenderjaar.
**7..** Over 1,5 % van het bedrag, met een minimum van € 100,00 en tot een maximum van € 250,00 per jaar hoeft geen verantwoording te worden afgelegd.
**8..** Indien uit de controle blijkt dat het persoonsgebonden budget niet is besteed aan het doel waarvoor het verstrekt is, kan het college op grond van artikel 30 van de Verordening besluiten het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Verantwoording en controle van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2014