1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college geeft omtrent een en ander nadere regels.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Hoofdstuk
Artikel 7
Termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2014