Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Beperkingen uitoefenen mandaten en instructies

Onderdeel van Mandaat- en volmachtbesluit Schiedam 2013

5.1 Financiële beperkingen Alle bevoegdheden worden uitgeoefend met inachtneming van de Regeling financieel beheer gemeente Schiedam 2013, de Financiële verordening 2009, het Treasurystatuut 2011, de Leidraad inhuren externe deskundigheid 2010, het Inkoopbeleid en de Algemene subsidieverordening gemeente Schiedam 2017 (ASV 2017) dan wel de opvolgers van de genoemde regelingen; Voor de uitoefening van de mandaatbevoegdheden geldt dat binnen de kaders en bedragen van de (meerjaren)begroting en de te beheren budgetten dient te worden gebleven; Financiële verplichtingen voor goederen, diensten en werken mogen worden aangegaan voor zover passend binnen de bovengenoemde regelingen en voor zover men budgethouder is voor de betreffende verplichting. Het voorgaande geldt eveneens voor het nemen van investeringsbeslissingen; Voor het aangaan van financiële verplichtingen gelden naast het elders in deze regeling gestelde de volgende financiële plafonds (excl. BTW): voor de secretaris/algemeen directeur € 1.000.000,-, voor de adjunct-directeur €650.000,-, voor managers/teamleiders € 250.000,-, voor programmamanagers € 250.000,-, en voor projectleiders en procesmanagers € 75.000,-. Verplichtingen worden door genoemde functionarissen niet aangegaan als het bedrag gelijk aan of hoger is dan de genoemde plafondbedragen; Een mandaat voor besluiten over subsidies mag slechts worden uitgeoefend door de budgethouder; De elders in dit artikel geregeld beperkingen zijn van overeenkomstige toepassing. 5.2. Overige beperkingen Een verleend (onder)mandaat geldt altijd slechts ten aanzien van de taken en en/of medewerkers binnen de eigen organisatie-eenheid of het eigen project of programma een ander behoudens het bepaalde in artikel 8, sub b. Voor de mandaten aan projectleiders en procesmanagers geldt dat het mandaat wordt verleend aan functionarissen die een functie vervullen die als zodanig is benoemd en beschreven en uit dien hoofde (in beginsel) budgethouder zijn; het mandaat geldt derhalve niet voor functionarissen die een incidentele rol van projectleider en procesmanager vervullen. 5.3 Instructies Voor besluiten met nadelige gevolgen voor belanghebbende, vindt uitoefening van het mandaat pas plaats nadat de eerst hogere leidinggevende dan wel de portefeuillehouder is geconsulteerd. Indien er rekening mee moet worden gehouden dat er een situatie ontstaat als genoemd bij de in artikel 4 genoemde mandaatverboden, dan stemt de mandataris voorafgaand aan het uit te oefenen mandaat hierover af met de portefeuille houder; indien nodig besluit het college ter zake zelf. In het Mandaatregister zijn specifieke instructies opgenomen ten aanzien van de onderscheiden mandaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel