**1.** De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald
ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij dit
verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele arbeidsduur
per week, aanspraak op doorbetaling van zijn bezoldiging, berekend
naar een percentage bepaald in het tweede en derde lid, indien:
hij op 31 december 2005 één of meer kinderen heeft die
jonger zijn dan acht jaar en waarvoor nog geen
ouderschapsverlof is genoten, en
hij op 31 december 2005 langer dan één jaar in dienst is van
de gemeente.
**2.** De ambtenaar die wordt bezoldigd volgens schaal 4 of hoger van de
bezoldigingsregeling heeft recht op doorbetaling van 75% van de
bezoldiging over de arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof
geldt.
**3.** De ambtenaar die wordt bezoldigd volgens de schalen 1, 2 of 3 van
de bezoldigingsregeling heeft recht op doorbetaling van
respectievelijk 90%, 85% of 80% van de bezoldiging over de
arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof geldt.
**4.** Het is niet toegestaan dat betrokkene gedurende de uren dat het
betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid verricht.
Het college kan hieromtrent nadere regels stellen.
**5.** Over de uren waarop de ambtenaar betaald ouderschapsverlof geniet
wordt het bedrag van de bezoldiging, berekend op grond van het
tweede en derde lid, verminderd met het daaraan gekoppelde maximale
uurbedrag van de fiscale tegemoetkoming van de Belastingdienst
waarop de ambtenaar aanspraak kan maken.
**6.** Op de ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.