Toehoorders/-sters bij een vergadering van een commissie krijgen per agendapunt de gelegenheid het woord te voeren over een aan de orde zijnde onderwerp of voorstel.
De voorzitter vraagt aan het begin van de vergadering wie van de toehoorders/-sters gebruik wil maken van het spreekrecht en bij welk agendapunt men het woord wil voeren.
De voorzitter kan het spreekrecht beperken tot 5 minuten per spreker.
Van het spreekrecht wordt per onderwerp of voorstel gebruik gemaakt voordat de commissieleden aan het woord komen. De inspreker(s) wordt verzocht hun bijdrage eveneens op A4 aan te leveren zodat dit bij het verslag gevoegd kan worden.
Indien de commissieleden daarmee instemmen kan een spreker deelnemen aan de beraadslagingen. De voorzitter nodig hem dan uit aan de vergadertafel plaats te nemen.
6.Toehoorders/-sters krijgen voorts de gelegenheid aan het begin van de commissievergadering kort en bondig een vraag te stellen over een willekeurig onderwerp, mits dat onderwerp de commissie aangaat. De voorzitter bepaalt of op de vraag direct kan worden geantwoord dan wel dat het antwoord op een andere wijze zal worden gegeven.
Artikel 12