Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4.1

Weigeringsgronden voor een pgb

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

In het besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente is een aantal argumenten opgenomen (art. 1.7 besluit m.o) op grond waarvan geen pgb wordt verstrekt. als een algemene of collectieve voorziening aanwezig is en toereikend wordt geacht. Zo zal iemand die deel kan nemen aan het c.v.v. geen vervoerskostenvergoeding ontvangen. Ook zal iemand die gebruik kan maken van een rolstoelpool voor incidenteel gebruik geen rolstoel toegekend krijgen. het kan zijn dat blijkt dat een ondersteuningsbehoevende niet met geld om kan gaan en ook geen beheerder kan aanwijzen. Dit moet uit het onderzoek blijken. In dergelijke situaties wordt geen pgb verstrekt als de ondersteuningsbehoevende zich eerder niet aan de voorwaarden voor een pgb heeft gehouden kan een volgend pgb worden geweigerd. een ondersteuningsbehoevende kan in een schuldsaneringstraject zitten, failliet verklaard zijn of er  kunnen beslagen op zijn uitkering/inkomen liggen.  In die situaties kan het gebeuren dat, indien het pgb wordt uitbetaald, het pgb voor andere doeleinden worden ingezet. als uit de indicatie blijkt dat de voorziening niet nodig zal zijn gedurende de hele periode waarover de voorziening wordt afgeschreven, kan overwogen worden een pgb te weigeren. Dit zal zich met name voordoen bij een progressief ziektebeeld of een korte levensverwachting. In die situaties is het economisch onvoordelig om een persoonsgebonden budget te verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel