Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.8

Inkomensberekening in verband met vaststelling norminkomen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Bij een beperkt aantal voorzieningen speelt de juiste vaststelling van het norminkomen een rol om te kunnen bepalen of men voor de voorziening in aanmerking komt. Dit speelt bij het recht op deelname aan het collectief vraagafhankelijk vervoer en de forfaitaire vervoerskostenvergoedingen. Uitgangspunt voor het berekenen van het netto inkomen is de loon- of uitkeringsspecificatie over de betaalperiode direct voorafgaande aan de datum van de aanvraag. Het bruto-inkomen wordt verminderd met verschuldigde belasting, sociale verzekeringspremies en de pensioenpremies. Inhoudingen op het bruto inkomen die op grond van de verordening niet als aftrekpost kunnen worden meegenomen, worden na berekening van de loonheffing bij het inkomen opgeteld (zoals gedeelte van het spaarloon e.d.). Vervolgens wordt het jaarinkomen berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de periode waarover het salaris wordt uitbetaald: salaris per maand x 12 salaris per week x 52 salaris per vier weken x 13 salaris per kwartaal x 4 salaris per dag x 260 Als er sprake is van een wisselend inkomen dan moet een redelijke termijn in acht genomen worden waarover het netto inkomen kan worden vastgesteld. Het jaarinkomen van een zelfstandig ondernemer wordt bepaald aan de hand van de boekhouding over de laatste 3 boekjaren, tenzij dit inkomen geen juiste weergave biedt van het besteedbaar inkomen in het jaar waarin de aanvraag op grond van de Verordening wordt ingediend. Is er sprake van aanvullende bijstand dan wordt uitgegaan van de bijstandsnorm, omdat bij de berekening van de bijstand al rekening wordt gehouden met alle mogelijke inkomsten en kosten. Bij de berekening van het inkomen en de toetsing aan 1,5 x het norminkomen moet rekening worden gehouden met de middelen die ook door de WWB buiten beschouwing worden gelaten zoals b.v. de pensioenvrijlating. Voor zover de ondersteuningsbehoevende bijzondere meerkosten heeft in verband met ziekte kan er van worden uitgegaan dat hierin al door de belastingdienst rekening mee wordt gehouden d.m.v. teruggaaf (regeling gaat in m.i.v. 1-1-2009). Als blijkt dat de ondersteuningsbehoevende net op de grens zit van de inkomensnorm en aanzienlijke bijzondere ziektekosten heeft die niet fiscaal verrekend worden kan, individualiserend, besloten worden om met die kosten wèl rekening te houden. Aan het jaarinkomen wordt het netto vakantiegeld toegevoegd, berekend conform de bijstandsregeling vakantietoeslag. Het vermogen zelf is vrij. Inkomsten uit vermogen worden wel betrokken bij de vaststelling van de ruimte in het inkomen.Om ingewikkelde berekeningen te voorkomen en spaargelden niet te zeer te belasten zal voor de alleenstaande een bedrag van € 750,00 en voor een alleenstaande ouder en echtparen een bedrag van € 1500,00 als inkomsten uit vermogen worden vrijgelaten. Het meerdere aan inkomsten uit vermogen wordt bij  het netto inkomen opgeteld onder aftrek van 30% in verband met de (fiscale) vermogensrendementsheffing.  Met deze rekenmethode wordt op een eenvoudige wijze en op een reële manier rekening gehouden met inkomen uit vermogen.

Rechtspraak bij dit artikel