Indien de zorgvrager deel uitmaakt van een leefeenheid bestaande uit meerdere personen (meerpersoonshuishouden) moet de indicatiesteller vaststellen wat, gezien de samenstelling van die leefeenheid, in dat geval verstaan wordt onder gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar. Pas dan kan het indicatieorgaan besluiten op welke ondersteuning vanuit de Wmo de zorgvrager redelijkerwijs is aangewezen.
In geval zorgvrager een éénpersoonshuishouden voert is er geen sprake van gebruikelijke zorg.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3.3
Eén- en meerpersoonshuishouden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning