Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4.3

Een aanpassing van een eigen auto

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Aanpassingen aan de eigen auto zijn voorzieningen die uitsluitend voor gehandicapten worden gemaakt en alleen door hen gebruikt kunnen worden, zoals de bediening en de besturing, het in en uit de auto komen en de zithouding. In bijzondere omstandigheden kan de ondersteuningsbehoevende in aanmerking komen voor andere faciliteiten waarover auto’s kunnen beschikken (bijv. extra buitenspiegel). Ook kan er sprake zijn van meerkosten bij de aanschaf en aanpassing van een auto in een bijzondere uitvoering (b.v. bus waarin een rolstoel gereden kan worden). Voor een ondersteuningsbehoevende met een inkomen boven het Wmo norm-inkomen wordt een auto als algemeen gebruikelijk beschouwd. Indien de ondersteuningsbehoevende op grond van zijn beperkingen geen gebruik kan maken  van een (rolstoel)taxi is een auto-aanpassing of een tegemoetkoming in de meerkosten van de aanschaf van een auto in een bijzondere uitvoering mogelijk.  Er kan dan een persoonsgebonden budgetworden verstrekt voor de aanpassingskosten of de aanschafkosten die boven die van een referentie-auto (= d.w.z. een auto die men normaal zou kopen) uitgaan. Er wordt dus geen auto-aanpassing verstrekt als vervoer per taxi of c.v.v. mogelijk zou zijn ook al komt de ondersteuningsbehoevende, gelet op zijn inkomen, niet voor een dergelijke voorziening in aanmerking. Net als niet autobezitters met een inkomen boven de inkomensgrens wordt de ondersteuningsbehoevende verondersteld voldoende financiële middelen te bezitten om in zijn eigen vervoer te voorzien. Op bovengenoemde beleidsregel worden twee uitzonderingen aangebracht: 1. Een ondersteuningsbehoevende met een inkomen beneden de inkomensgrens kan in aanmerking komen voor een auto-aanpassing ondanks dat hij in aanmerking komt voor het collectief vervoersysteem. Er kunnen zich situaties voordoen waarin een ondersteuningsbehoevende, met een inkomen beneden de inkomensgrens, meer gebaat is met een (goedkope) aanpassing aan de eigen auto dan met toekenning van deelname aan het collectief vervoersysteem. Indien de aanpassing van de eigen auto een goedkopere  adequate oplossing is, kan hiervoor gekozen worden. De ondersteuningsbehoevende komt dan echter niet in aanmerking voor een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto. De grens voor de kosten van de auto-aanpassing ligt op € 2000,00, inclusief eventuele kosten voor extra rijlessen. Vastgesteld moet worden dat de auto nog in redelijke staat verkeert en dat verondersteld mag worden dat de ondersteuningsbehoevende nog een aantal jaren met de auto kan rijden. 2. Indien er sprake is van gehandicapte kinderen of ouders met kinderen tot 13 jaar, waarbij het gebruikelijk is dat er meerdere personen meereizen omdat ze nog in gezinsverband wonen. Ook dan kan overwogen worden een auto-aanpassing toe te kennen bij een inkomen (van de ouders)onder de inkomensgrens ondanks het feit dat de ondersteuningsbehoevende zelf gebruik zou kunnen maken van een rolstoeltaxi met eventueel (medische) begeleiding. (hier mag, cf uitspraak 28-2-2007 geen onderscheid gemaakt worden tussen het wel en niet hebben van een auto. Men hoeft geen auto te hebben, men mag er ook een aanschaffen. Ons doel is dat men alleen de aanpassing krijgt). Goedkoopst adequate aanpassing Bij een autoaanpassing wordt de goedkoopst adequate aanpassing verstrekt. Indien op grond van de Wmo een autoaanpassing is geïndiceerd en betrokkene schaft zich met deze wetenschap een auto aan die niet op de goedkoopst adequate wijze kan worden aangepast, zal de vergoeding niet meer bedragen dan het bedrag dat nodig zou zijn voor de aanpassing van de goedkoopst adequate referentieauto. Indien de ondersteuningsbehoevende reeds over een beduidend duurdere auto beschikt en de aanpassingskosten boven normaal zijn, kan het pgb worden afgestemd op de aanpassingskosten die voor een normale auto gebruikelijk zijn. Indien voor de ondersteuningsbehoevende een auto in speciale uitvoering noodzakelijk is wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate oplossing onder aftrek van de kosten van een referentie-auto. Algemeen gebruikelijk Automatische transmissie, stuurbekrachtiging en elektrisch bedienbare ramen worden in ieder geval als algemeen gebruikelijk beschouwd. Of andere faciliteiten als algemeen gebruikelijk kunnen worden beschouwd is afhankelijk van de maatschappelijke ontwikkelingen. Indien een voorziening wordt aangeboden in normale modellen van middenklas auto’s kunnen ze als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Aanvullende voorwaarden om in aanmerking te komen voor de voorziening: Als de aanpassing van de eigen auto reeds eerder  is vergoed  en de normale afschrijvingsduur (afhankelijk van de soort aanpassing tussen de vijf jaar en zeven jaar) is nog niet verstreken, dan wordt de voorziening alleen opnieuw vergoed als het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de aanpassingen het gevolg is van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn  toe te rekenen (art. 1.2 lid 2 onder c VMO); Er sprake is van duidelijke meerkosten; De auto verkeert nog in redelijke staat en is in principe niet ouder dan drie jaar; De auto moet toereikend verzekerd zijn. Aanpassing rijbewijs Aanpassingen aan auto’s kunnen leiden tot beperkende bepalingen op het rijbewijs. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen speelt een belangrijke rol hierbij. Voordat een aanpassing wordt toegekend dient bekeken te worden of aanvrager aan de gestelde criteria voldoet. Indien de gehandicapte is aangewezen op vervoer per auto kunnen aanvullende rijlessen noodzakelijk zijn. Deze rijlessen worden op grond van de Wmo vergoed. Indien de ondersteuningsbehoevende nog niet over een rijbewijs beschikt worden slechts de meerkosten voor het lessen in een aangepaste auto vergoed tot een maximum van 50 lesuren. Indien dit niet voldoende blijkt te zijn kan overwogen worden maximaal 75 lesuren te vergoeden. Verzekering en onderhoud Een vergoeding voor verzekering en onderhoud wordt verstrekt voorzover de kosten betrekking hebben op de aanpassing dan wel de meerkosten voor aanschaf van een auto in speciale uitvoering. Persoonsgebonden budget Auto-aanpassingen worden verstrekt in de vorm van een pgb. Hiervoor wordt een eigen bijdrage in de kosten gevraagd gedurende maximaal 39 perioden van 4 weken. Uitgezonderd is de aanpassing in plaats van c.v.v. en de aanpassingkosten van het rijbewijs. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten kunnen: gelijk zijn aan de werkelijke kosten van de voorzieningen; de meerkosten van de voorziening zijn. Een al dan niet aangepaste (bruikleen) auto Voor een aangepast  (bruikleen) auto komt iemand in aanmerking die, na een medische beoordeling,  voor zijn verplaatsing beslist op een auto is aangewezen en waarvoor geen andere  goedkoopst adequate oplossing getroffen kan worden. Aanvullende voorwaarden voor deze voorziening zijn: Het inkomen is gelijk aan of lager dan 1,5 x het norminkomen (art. 5.4 lid 2 VMO); Als de gevraagde (bruikleen) auto reeds eerder krachtens deze verordening is vergoed en de normale afschrijvingsduur (in principe 7 jaar) is nog niet verstreken, dan wordt de bruikleenauto alleen opnieuw vergoed als het geheel of gedeeltelijk verloren gaan van de bruikleenauto het gevolg is van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen (art. 1.2 lid 2 onder c VMO). De ondersteuningsbehoevende (of evt. huisgenoot) moet in bezit zijn van een rijbewijs dan wel in staat zijn dit te kunnen behalen. Alle vervoersbehoeften (zowel op korte en lange afstand) voor de ondersteuningsbehoevende worden met deze voorziening ingevuld. Bij onderhoud, reparatie en de normale afschrijftermijn moet rekening worden gehouden met de compensatieplicht, d.w.z. de ondersteuningsbehoevende wordt geacht een beperkt  (redelijk) aantal kilometers per jaar te rijden. De vergoeding voor het gebruik van een bruikleenauto is een gemaximeerde vergoeding per jaar, waarbij het totaal aantal af te leggen kilometers per jaar is gelimiteerd ( besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente …..). De vergoeding bevat de kosten van benzine en olie, de overige kosten vallen onder de bruikleenverstrekking. Reparatie, onderhoud, verzekering en belasting Onderhouds- en reparatiekosten worden geheel vergoed, tenzij sprake is van opzet, grove schuld of ernstige nalatigheid. De verzekering en de motorrijtuigenbelasting vallen onder de bruikleenverstrekking. Opmerking: Mocht de ondersteuningsbehoevende, die aangewezen is op het vervoer met een bruikleenauto, niet in het bezit zijn van een rijbewijs, dan worden de meerkosten van autorijlessen vergoed. De kosten van de autorijlessen worden niet geheel gecompenseerd, aangezien autorijlessen in principe algemeen gebruikelijk zijn. Deze kosten vormen onderdeel van de afweging van goedkoopst adequate voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel