Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.4.7

Een ander verplaatsingsmiddel

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning

Naast de beschreven vervoersvoorzieningen zijn er andere verplaatsingsmiddelen die op grond van het gemeentelijke beleid in natura of als pgb kunnen worden verstrekt. Te denken valt hierbij aan driewielfietsen, rolstoelfietsen, tandems, loopfietsen, handbikes (fietsdeel gekoppeld aan een rolstoel), aanpassingen aan (elektrische) fietsen, maar ook (fiets)zitjes voor kinderen in speciale uitvoering. Een ander verplaatsingsmiddel kan onder zeer verschillende omstandigheden worden aangevraagd. Bij de toekenning van een aanvraag spelen de volgende aspecten een rol: het is de goedkoopst adequate oplossing om een substantieel deel van de bestemmingen in het kader van het leven van alledag te kunnen bereiken. Vervoersvoorzieningen die louter een functie vervullen als hulpmiddel voor het bereiken van recreatieve bestemmingen, voor ontspanning, recreatie en ontwikkeling, worden niet in het kader van de Wmo verstrekt; het is een adequate oplossing voor het vervoer van kinderen en/of een mogelijkheid de zelfstandigheid van kinderen te vergroten; de voorziening is niet langdurig noodzakelijk (hierbij moet gedacht worden aan kinderen die een aangepaste fiets nodig hebben waar ze na enkele jaren weer zijn uitgegroeid) dan wel de voorziening zal zeer langdurig gebruikt worden (dan kan namelijk overwogen worden een persoonsgebonden budget voor de aanschaf te verstrekken. De verzekering, het onderhoud en de reparaties aan deze voorziening zijn bij de bruikleenverstrekking inbegrepen. Bij verplaatsingsmiddelen moet voorts worden afgewogen of ze algemeen gebruikelijk zijn. Een spartamet, elektrische fiets, scooter, fiets met trapondersteuning, ligfietsen e.d. zijn vervoermiddelen die normaal in de fietsenhandel te koop zijn en ook door niet gehandicapten worden gebruikt. In dergelijke situaties kan alleen voor een aanpassing aan het middel een voorziening worden verstrekt. Er zijn situaties denkbaar dat een verplaatsingsmiddel weliswaar algemeen gebruikelijk is maar niet voor een persoon als aanvrager, gelet op zijn financiële middelen of zijn leeftijd. Hierbij moet dan gedacht worden aan duurdere fietsen voor personen met een inkomen op bijstandsniveau. In dergelijke situaties kan overwogen worden het verplaatsingsmiddel toch op grond van de WMO te verstrekken. De verzekering, het onderhoud en reparaties aan deze voorziening worden afhankelijk van de te verstrekken voorziening en van het investeringsbedrag geregeld. Benzinekosten of oplaadkosten voor het gebruik van een ander verplaatsingsmiddel komen niet voor vergoeding in aanmerking. Financiële regeling: voorziening in natura of pgb. De eigen bijdrageregeling is van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel