Een sportrolstoel kan verstrekt worden indien een persoon aantoonbare beperkingen ondervindt bij het zich verplaatsen bij het beoefenen van sport (art. 6.1 lid 1 VMO). Het moet uiteraard wel duidelijk zijn dat de sport voor langere tijd beoefend zal worden en geschikt is voor de ondersteuningsbehoevende.
De verstrekking van sportrolstoelen vindt plaats in de vorm van toekenning van de werkelijke kosten van de sportrolstoel tot een maximumbedrag zoals genoemd artikel 6.2 van het besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente……….
In de financiële tegemoetkoming zijn kosten van reparatie en onderhoud begrepen.
Een tegemoetkoming in de kosten kan maximaal één keer per drie jaar worden verstrekt.
Het begrip ‘sportrolstoel’ moet breed worden uitgelegd. Eigenlijk zou er sprake moeten zijn van een sportvoorziening maar dat vergt een veel duidelijker beeld van alle mogelijkheden voor gehandicapten om te sporten met daarbij de financiële consequenties.
In de praktijk blijkt dat gehandicapten op velerlei wijze sportief bezig kunnen zijn. Zo zijn er speciale vakanties voor gehandicapten waar aangepast materiaal voorhanden is (b.v. ski-vakanties) en er zijn velerlei fondsen die gehandicapten, die willen sporten, financieel ondersteunen. Bij een terughoudend beleid van de gemeente blijken speciale fondsen gemakkelijk(er) te kunnen worden aangesproken.
Met de beleidsregel dat het begrip ‘sportrolstoel’ niet te beperkt moet worden uitgelegd, de maximering van de financiële tegemoetkoming en wellicht toepassing van de hardheidsclausule als de gehandicapte een sport beoefent die niet direct onder deze bepaling valt, kan deze bepaling uit de verordening voorlopig goed worden toegepast.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Een sportrolstoel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning