Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen als:
Ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
Verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel noodzakelijk maken in het belang van de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
De exploitatie van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;
Aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
Van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen 6 maanden na afgifte van de ontheffing;
De houder dit verzoekt.
ALGEMEEN