Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 25

Beraadslaging en advies

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2014

De commissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over een of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Commissieleden krijgen de mogelijkheid om tot tien dagen voor de inhoudelijke behandeling van een voorstel in de commissie alle technische én politiek inhoudelijke vragen aan het college te stellen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling (in een informatieve commissievergadering). De commissie beschikt ruim voor de behandeling van het voorstel over de antwoorden op de vragen die schriftelijk zijn aangeleverd, d.w.z. tussen beantwoording en behandeling in de commissie zit minstens één maandag die niet in een recesperiode valt. Technische vragen worden bij de inhoudelijke behandeling in de commissie niet toegestaan. Het debat vindt plaats tussen commissieleden onderling op basis van het raadsvoorstel en de verstrekte antwoorden op de (schriftelijke vragen). In het betoog dienen standpunten naar voren gebracht te worden. Ter vergadering worden alleen die politiekinhoudelijke vragen aan het college gesteld die uit het onderlinge debat naar voren komen. De commissie kan de behandeling van collegevoorstellen uitstellen tot een volgende vergadering wanneer zij nog nadere informatie nodig heeft om tot een afgewogen advies te komen. Kaderstellende voorstellen komen in twee instanties aan de orde in de commissie - eerst meningsvormend, dan besluitvormend - alvorens die met advies van de commissie naar de raad gaan. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist. Voor onderwerpen die zich, naar het oordeel van de commissievoorzitter, daarvoor lenen, kan vooraf worden bepaald een andere debatmethode te hanteren. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie welk advies aan de raad wordt uitgebracht. Het advies,dat via een terugkoppeling door de commissiegriffier wordtopgesteld, kan luiden: hamerstuk, hamerstuk met stemverklaring, korte bespreking of inhoudelijke discussie. De commissiegriffier stelt dit advies op. Indien het advies luidt korte bespreking of inhoudelijke discussie dient in de terugkoppeling te worden opgenomen welke standpunten de fracties innemen en welke onderdelen nog bespreking behoeven. Daarnaast wordt aangegeven welke moties en amendementen zijn aangekondigd. Een wensen- en bedenkingenprocedure wordt afgesloten door het zenden van een conceptraadsvoorstel met de wensen en bedenkingen aan de raad. Dit raadsvoorstel wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Indien er geen wensen en bedenkingen zijn, bestaat de mogelijkheid dit door middel van een brief van de commissie aan de raad via de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsvergadering af te doen. De commissie adviseert of een door de raad aangenomen motie door het college op voldoende wijze is afgehandeld. De commissiegriffier stelt een brief op aan de raad met daarin het oordeel van de commissie. De brief wordt geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsvergadering.

Rechtspraak bij dit artikel