Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de gemeente Woudenberg die in verband met sociale problemen in combinatie met omstandigheden in de huidige gemeente gelegen woning dringend op korte termijn een andere woning nodig hebben. Alleen onder de navolgende genoemde omstandigheden wordt een sociale indicatie verleend.
a. Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen
Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende gevallen in aanmerking komen voor urgentie:
het verlaten van woonruimte ten gevolge van een gerechtelijk vonnis (niet zijnde
echtscheidings- of ontruimingsvonnis inzake overlast, huurschuld, hennep of illegale bewoning), voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had kunnen worden;
een calamiteit zoals brand of overstroming.
b. Relatiebeëindiging
Degene die de minderjarige kinderen feitelijk verzorgt en bij wie de kinderen geregistreerd staan volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Woudenberg, kunnen in aanmerking komen voor urgentie nadat een (voorlopige) voorziening bij echtscheiding is getroffen, danwel sprake is van een geregistreerd partnerschap of een notarieel vastgelegd samenlevingscontract, voor zover;
in geval van echtscheiding:
de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot toewijzing van de in de regio gelegen
woning door de partij die de feitelijke verzorging van het (de) minderjarige kind(eren) op zich neemt, en;
aantoonbaar is dat in de echtscheidingsprocedure het recht om in de huidige woning te blijven wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen om de woonlasten
op te kunnen brengen zijn geclaimd, en;
de andere ouder niet over zelfstandige woonruimte beschikt en de kinderen daarom
niet bij de andere ouder kunnen wonen;
binnen drie maanden nadat er een (voorlopige) voorziening bij echtscheiding is
getroffen.
in geval van verbreking van een geregistreerd partnerschap of een notarieel vastgelegd
samenlevingscontract:
aantoonbaar is door middel van een schriftelijk en aangetekend verzoek dat door de
partij die het (de) minderjarige kind(eren) feitelijk verzorgt het recht om in de huidige
woning te blijven wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen om de
woonlasten op te kunnen brengen zijn geclaimd en;
het verzoek om sociale indicatie voor urgentie binnen drie maanden na verbreking van de relatie wordt gedaan.
Bij beëindiging samenwoning gelden dezelfde criteria als bij verbreking van een geregistreerd partnerschap of een notarieel vastgelegd samenlevingscontract, voorwaarde hierbij is wel dat er sprake was van een duurzame huishouding (d.w.z. dat de aanvrager minimaal 2 jaar heeft samengewoond en dit kan aantonen middels een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie).
Aan de onder 1 en 2 genoemde verplichtingen tot het claimen van het recht om in de huidige woning te blijven wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen te claimen om de woonlasten op te kunnen brengen, hoeft niet te worden voldaan als schriftelijk aantoonbaar kan worden gemaakt dat het niet zinvol is een dergelijke claim te leggen.
Hiervan is in ieder geval sprake indien:
de betreffende woning op naam van de partner staat, voor zover er geen sprake is
van een gemeenschap van goederen;
de partner waarbij de claim zou worden neergelegd een uitkering op bijstandsniveau heeft.
c. Relatiebeëindiging met gedeelde zorg voor minderjarige kinderen
In het geval van relatiebeëindiging met gedeelde zorg voor minderjarige kinderen kan slechts urgentie aan één van de ouders worden verleend. De hierboven onder b, 1 en 2 genoemde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing. In het geval dat één van beide ouders in de huidige woning kan blijven wonen wordt in geval van relatiebeëindiging met gedeelde zorg voor minderjarige kinderen geen urgentie verleend aan de andere ouder.