Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 7

Criteria voor vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening Woudenberg 2014

1.. Het college verleent de huisvestingsvergunning indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de eigenaar is aantoonbaar bereid de woning te verhuren; het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt, behoort tot de ingevolge paragraaf 4 aangewezen categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen; de huurwoning wordt volgens de beoordeling van de eigenaar van de woning passend geacht voor het huishouden dat de vergunning aanvraagt met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 5. 2.. Naar oordeel van het college gegronde redenen voor weigering van verhuur van de woonruimte aan de voorgedragen woningzoekenden kan voorkomen als er sprake is van: Eerder wangedrag (indien het een woningzoekende (en/of leden van zijn of haar huishouden) betreft die in een vorige of huidige woonsituatie in tenminste de afgelopen vijf jaar zeer ernstig inbreuk op het woongenot van omwonenden heeft gemaakt, waarbij ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling en/of sprake is of is geweest van huurschuld. In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld bij een te voorziene huisuitzetting) meldt de eigenaar bij de gemeente dat hij voornemens is een huurcontract te weigeren en op welke grond. Alvorens de eigenaar overgaat tot het weigeren van de woonruimte aan de voorgedragen woningzoekende, voert de corporatie een gesprek met de woningzoekende. Na dit gesprek en na de melding bij de gemeente wordt de weigering schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis van de betrokkenen gebracht. Wanneer de woningzoekende het niet eens is met de beslissing kan hij/zij dit aanhangig maken bij de klachtencommissie van de eigenaar en/of de kantonrechter.

Rechtspraak bij dit artikel