Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Eigen bijdrage of eigen aandeel voorzieningen

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2014

Voor het vaststellen van de hoogte en duur van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt de systematiek van hoofdstuk 4 van het (landelijke) Besluit maatschappelijke ondersteuning gevolgd. Voor hulp bij het huishouden betaalt de cliënt een eigen bijdrage op basis van de feitelijk geleverde uren. In bijlage 1 wordt aangegeven voor welke voorzieningen een eigen bijdrage/eigen aandeel geldt. Medio november 2013 is met wijziging van artikel 4.1 lid 5 Bmo de beperking in de duur van de eigen bijdrage (maximaal 3 jaar) opgeheven. Voor alle individuele voorzieningen (behalve voor een rolstoel en niet voor voorzieningen die ten behoeve van kinderen worden verstrekt) kan een eigen bijdrage of eigen aandeel worden gevraagd zolang de voorziening in gebruik is en de kostprijs niet wordt overschreden. In de communicatie richting het CAK is het vooraf opgeven van een periode inclusief einddatum waarin de eigen bijdrage/aandeel geheven wordt een verplichting. En vraagt om die praktische reden (alsnog) om een beperking in de duur. Het aantal perioden wordt als volgt afgestemd op het bedrag (om CAK facturen met kruimelbedragen te voorkomen). Tot een bedrag van 100 euro : 13 perioden (1 jaar) opvoeren in het CAK. Van 100-200 euro: 26 perioden (2 jaar). Van 200 – 750 euro: 39 perioden (3 jaar). Boven 750 euro: 130 perioden (10 jaar).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel