Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 5.7

Weigeringsgronden woonvoorziening

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2014

Een woonvoorziening wordt geweigerd, indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en geen belangrijke reden aanwezig was; de persoon met beperkingen niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare en meest geschikte woning, tenzij het college vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend voor de verhuizing; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten, tenzij sprake is van voorzieningen genoemd in artikel 5.11; de verhuizing heeft plaatsgevonden voordat het college op de aanvraag besloten heeft, tenzij het college vooraf schriftelijke toestemming voor de verhuizing heeft gegeven of de noodzaak van de kosten alsnog door het college kan worden vastgesteld; de persoon met beperkingen verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt of bedoeld is om het gehele jaar door bewoond te worden zoals hotels, pensions, verhuurde kamers, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede, vakantie en/of recreatiewoningen. Een uitzondering op deze regel betreft een voorziening op grond van artikel 5.1 onderdeel a Wmo-verordening. de persoon met beperkingen niet zijn hoofdverblijf zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen, met uitzondering van het bezoekbaar maken van de woning. de woning waaraan de voorziening wordt getroffen niet behoort tot het grondgebied van de gemeente Ridderkerk; het op personen met beperkingen en ouderen gerichte woongebouwen betreft voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel