Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 11.7

De verstrekkingen van een rolstoel

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2014

Er zijn verschillende rolstoelen te onderscheiden. Er wordt onderscheid gemaakt in de onderstaande rolstoelen: Handbewogen rolstoelen Elektrische rolstoelen Kinderrolstoelen Stoelen op wielen Ad.1: Handbewogen rolstoelen Bij de handbewogen rolstoelen is een onderscheid mogelijk tussen zelfbewegers en duwwandelwagens. Voor zelfbewegers is een goede arm- en handfunctie van de belanghebbende noodzakelijk en een redelijk uithoudingsvermogen. Zelfbewegers hebben kleine wielen voor en grote wielen met hoepels achter. Voor degene die slechts in één hand of arm een sterke functie hebben zijn rolstoelen ontwikkeld die aan één kant voortbewogen kunnen worden. Duwwandelwagens hebben over het algemeen vier kleine wielen. Een rolstoel wordt in natura in bruikleen verstrekt of in de vorm van een PGB. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verleend. Ad.2: Elektrische rolstoelen Bij elektrische rolstoel en kan het gaan om rolstoelen met zogenaamde joystick-besturing, computergestuurde rolstoelen, sta-rolstoelen of plateaurolstoelen. Onderscheid kan worden gemaakt tussen: Elektrische rolstoelen voor binnenshuis: compact, wendbaar, kleine wielen; Elektronische rolstoelen voor buitenshuis: groot, grote actieradius, stabiel, grote wielen. Onder omstandigheden kan deze rolstoel in aanmerking genomen als vervoersvoorziening en kan een korting van 30% gelden op de vervoerskosten; Voor zowel binnens- als buitenshuis: een combinatie van kenmerken van de binnen- en buitenrolstoelen. De verstrekking is afhankelijk van de afmetingen van de woning, rijvaardigheid van de belanghebbende en het gebruiksgebied. In bruikleen bij een voorziening in natura of in de vorm van een PGB. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verleend. Ad. 3: Kinderrolstoelen Voor kinderen spelen andere behoeftes ook een belangrijke rol, te weten: veiligheid, nabijheid moeder/vader, beweging, ontdekken van en deelname aan alle facetten van het gezinsgebeuren en daarbuiten. De rolstoelen moeten verrijdbaar en makkelijk mee te nemen voor gebruik binnenshuis. Verder moeten de kinderrolstoel en zeer wendbaar zijn en tegen een stootje kunnen. Aan lichtgehandicapte kinderen, die nog niet aan een rolstoel toe zijn kan een aangepaste buggy verstrekt worden. Aangezien deze buggy's relatief weinig ondersteuning bieden, zijn ze bedoeld voor kinderen met een redelijke spierfunctie. Een aangepaste buggy wordt voor een kind in de leeftijd tot en met drie jaar niet als algemeen gebruikelijk beschouwd en wordt afhankelijk van de aard van de beperking verstrekt. In bruikleen bij een voorziening in natura of in de vorm van een PGB. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verleend. Bijzonderheden Een aantal voorzieningen wordt in principe standaard aangebracht: anti-kiepwieltjes, duwhandvatten (verstelbaar in hoogte) en spaakbeschermers. Belangrijk is dat de groei van de rolstoelgebruiker kan worden opgevangen door het rolstoelsysteem. Dit kan door rolstoelsystemen met de volgende nastelbare onderdelen: zitbreedte, zitdiepte, beenlengte, zit-, rug- en armhoogte. Bij levering van rolstoelen aan kinderen wordt hiermee rekening gehouden. Vanuit therapeutisch oogpunt kan het belangrijk zijn dat kinderen niet de hele dag in een rolstoel zitten maar van tijd tot tijd rechtop kunnen staan en zich staand kunnen voortbewegen. Het zitgedeelte valt onder de Wmo. Vanwege het therapeutische doel van het sta-gedeelte komt dit niet voor vergoeding in het kader van de Wmo in aanmerking, eventueel wel voor vergoeding vanuit de Zvw. In voorkomende gevallen neemt de gemeente contact op met de betreffende zorgverzekeraar om de mogelijkheid van een gezamenlijke financiering te bespreken. Ad.4: Stoelen op wielen Deze stoelen worden ook wel werkstoel of trippelstoel genoemd. Deze stoelen vallen in principe niet onder de compensatieplicht van het college, aangezien het primair gaat om een combinatie van een sta-, zit- en loopvoorziening en niet om een verplaatsingsvoorziening. De belanghebbende verplaatst zich namelijk zonder hulpmiddelen, bijvoorbeeld door met zijn voeten af te zetten (trippelen). Een trippelstoel valt onder de Zorgverzekeringswet. Ook een aangepaste kinderstoel met bijvoorbeeld een zitkuipje en verplaatsbaar middels kleine wielen kan hieronder vallen. Er wordt enkel tot verstrekking overgegaan als een dergelijke stoel compenserend maar ook goedkoper is dan een vergelijkbare rolstoel. In bruikleen bij een voorziening in natura of in de vorm van een PGB. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel