Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12.10.2

Een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2014

Omschrijving van de voorziening Een gesloten buitenwagen is: "een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een invalide, niet breder is dan één meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 50 cm3 of met een elektromotor" (artikel 1 onder Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, RVV-1990). Op grond van RVV-1990, artikel 7, dienen bestuurders van een invalidenvoertuig het trottoir, het voetpad, het fietspad of de rijbaan te gebruiken, al naar gelang deze aanwezig zijn en in de voorkeursvolgorde zoals hiervoor weergegeven. Zij hebben geen voorrang op snelverkeer als ze van rechts komen. Verder zijn ze gehouden aan een maximumsnelheid van 30 kilometer in de bebouwde kom en 40 kilometer per uur buiten de bebouwde kom. Ze kunnen, ook zonder parkeerontheffing, parkeren op een algemene invalidenparkeerplaats. Een gesloten buitenwagen is niet breder dan 1.10 meter. Bekende voorbeelden van deze wagens zijn de “Arola” en de “Canta”. Een gesloten buitenwagen is niet hetzelfde als een zogenaamde “brommobiel”. De brommobiel is breder dan de gesloten buitenwagen (maximaal 1.50 meter breed) en moet gebruik maken van de rijbaan. Hierdoor zijn winkelgebieden voor deze voertuigen minder toegankelijk. De brommobiel lijkt daarom qua gebruik meer op een kleine personenauto. In deze beleidsregels zijn de bepalingen ten aanzien van de auto daarom ook van toepassing op de brommobiel. Voor een brommobiel is geen rijbewijs nodig, maar wel een bromfietscertificaat (voor een gesloten buitenwagen niet). Indien een auto noodzakelijk is en de belanghebbende of begeleider beschikt niet over een rijbewijs, kan een (aangepaste) brommobiel wellicht een oplossing zijn. Voorwaarden om voor de voorziening in aanmerking te komen Een gesloten buitenwagen wordt verstrekt als dit de goedkoopst compenserende voorziening is. Dit is in die gevallen waarin geen collectief vervoer aanwezig is, de belanghebbende woont op een voor taxi's moeilijk bereikbare plaats, de vervoersbehoefte van de belanghebbende vooral de korte en iets langere afstanden, met een invalidenwagen te bereiken, betreffen. In principe wordt een gesloten buitenwagen met benzinemotor verstrekt aangezien deze de hoogste actieradius heeft, afhankelijk van de mogelijkheden om onderweg te tanken. Tevens geldt hier dat een substantieel deel van de vervoersbehoefte kan worden vervuld met de gesloten buitenwagen. Gelet op het grotere bereik, mag aangenomen dat met een gesloten buitenwagen een groter deel van de vervoersbehoefte kan worden vervuld dan met een scootmobiel. Uitgangspunt is daarom dat met de gesloten buitenwagen jaarlijks minimaal 1000 km zal worden afgelegd. Het college kan dit laten toetsen door de leverancier van de gesloten buitenwagen. Aard van de verstrekking Een gesloten buitenwagen kan worden verstrekt in de vorm van een PGB of in natura. In geval van verstrekking in natura wordt de gesloten buitenwagen in bruikleen verstrekt. Bij verstrekking in natura komen de kosten voor reparatie, verzekering en onderhoud direct voor rekening van de gemeente. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verleend. Omschrijving van de voorziening Hierbij gaat het om een elektrisch vervoersmiddel, beter bekend als een scootermobiel of scootmobiel. Het is een vervoermiddel voor de korte en middellange afstand. Voorwaarden om voor de voorziening in aanmerking te komen Een scootermobiel kan geïndiceerd worden indien er een substantiële vervoersbehoefte is in de directe omgeving van de woning. Onder substantiële vervoersbehoefte wordt verder verstaan dat een belanghebbende binnen de directe woonomgeving kan participeren in de samenleving. Verder dient een scootermobiel de goedkoopst compenserende oplossing te zijn voor de vervoersbehoefte. Aard van de verstrekking Het vervoermiddel kan in de vorm van een PGB worden verstrekt of in bruikleen. De kosten voor reparatie, onderhoud en verzekering, komen bij een verstrekking in natura voor rekening van de gemeente. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten worden verleend. In het verlengde van de verstrekking van een scootmobiel is de gemeente tevens verantwoordelijk voor een oplossing ten aanzien van de stalling van de scootermobiel. Waarbij in eerste instantie wordt gekeken naar een passende stalling binnen de bestaande mogelijkheden. Bijzonderheden Het stallen van de scootermobiel dient op een adequate wijze te geschieden. Een aanwezige schuur, berging, garage, bijkeuken of tuinhuisje kan in dit kader als adequaat worden beschouwd. Heeft belanghebbende geen mogelijkheden tot het stallen van de scootmobiel, dan valt dit onder de compensatieplicht. Ook het afdekken van de scootermobiel met een hoes, indien de belanghebbende, zijn huisgenoten of de mantelzorger daartoe in staat zijn, kan een adequate oplossing zijn mits er een oplaadmogelijkheid voor handen is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel