Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12.14

Bijzondere situaties

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2014

Weekendvervoer voor Awbz-bewoners Onder de Wvg is de omvang van de zorgplicht voor Awbz-bewoners door jurisprudentie geconcretiseerd. Uitgangspunt is een gelijke zorgplicht voor Awbz-bewoners en overige voor bewoners van de gemeente. Categoriale beperking van de omvang van de zorgplicht voor Awbz-bewoners is ook mogelijk, maar daarop moeten uitzonderingen mogelijk zijn voor individuele gevallen. De compensatieplicht zal onder de Wmo voor Awbz-bewoners niet afwijken van de bestaande jurisprudentie. De reguliere compensatieplicht voor vervoer houdt in dat er in beginsel compensatieplicht is voor regionaal vervoer voor Awbz-bewoners, en slechts bij wijze van uitzondering - bij dreigende vereenzaming - compensatieplicht voor bovenregionaal vervoer. Bij jonge, verstandelijk gehandicapte Awbz-bewoners van grote instellingen is deze situatie onder de Wvg-jurisprudentie omgedraaid. Daarbij wordt uitgegaan van een dreigend sociaal isolement, tenzij het tegendeel kan worden aangetoond. Uitgangspunt is dat ook bovenregionaal weekendvervoer van en naar het ouderlijk huis onder de compensatieplicht valt. Voor wat betreft de frequentie wordt in de Wvg-jurisprudentie uitgegaan van bezoek om en om, dus de ene week bezoek van ouders aan de instelling, de andere week bezoek van de Awbz-bewoners aan het ouderlijk huis. Recreatief vervoer voor Awbz-bewoners vanuit het ouderlijk huis valt niet onder de Wmo-compensatieplicht De CRvB gaat er vanuit dat het contact met het ouderlijk milieu voor de belanghebbende in een Awbz-instelling doorgaans van wezenlijk belang is. Omdat ‘het leven van alledag’ zich doorgaans afspeelt binnen de Awbz-instelling mag er echter ook vanuit worden gegaan dat daar sociale contacten worden opgedaan en worden onderhouden. Als echter een deskundige verklaart dat zonder de contacten buiten de instelling vereenzaming dreigt, kan een voorziening voor weekendvervoer noodzakelijk zijn. Daarbij mag het college er vanuit gaan dat een deel van de noodzakelijk contacten ook onderhouden kunnen worden door het ontvangen van bezoek. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de Awbz-instelling om zorg te dragen voor een passende locatie/ruimte voor het ontvangen van bezoek. Om die reden hoeft de door het college te treffen vervoersvoorziening slechts rekening te houden met de helft van de noodzakelijke contacten (50/50-criterium). Het betreft hier overigens een algemene regel. Zowel het college als de belanghebbende kan door middel van verklaringen van deskundigen aantonen dat een lagere dan wel hogere bezoekfrequentie noodzakelijk is. Op basis van het voorgaande wordt in het kader van “weekendvervoer” voor belanghebbenden in een Awbz-instelling slechts een tegemoetkoming verstrekt voor de helft van de noodzakelijk geachte contacten (om vereenzaming te voorkomen). De andere helft van de noodzakelijke contacten dient door middel van bezoek onderhouden te worden.

Rechtspraak bij dit artikel