Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12.7

Vervoersbehoefte korte afstand en middenlange afstand

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2014

Naast het vereiste dat er geobjectiveerde beperkingen worden ondervonden in het zich lokaal verplaatsen is een te verstrekken vervoersvoorziening afhankelijk van de vervoersbehoefte en de andere vervoersmogelijkheden van iemand. Daaronder wordt ook de sociale omgeving van de belanghebbende verstaan. Dit is een belangrijk onderdeel van het onderzoek zoals dat tijdens het gesprek kan plaatsvinden. In algemeen geldt dat het collectief vervoer geschikt is voor de verplaatsingen op de middenlange afstand. Of het collectief vervoer kan worden aangemerkt als voldoende compensatie in het individuele geval is afhankelijk van de vervoersbehoefte en frequentie van de verplaatsingen op de middenlange afstand. Daaronder vallen in ieder geval gerichte verplaatsingen. Daarbij geldt ook dat het hebben van enige wachttijd bij gebruik van het collectief vervoer niet zodanig bezwarend is dat daardoor niet meer gesproken kan worden van een voorziening die voldoende compensatie biedt (Rechtbank Arnhem 10-08-2010, nr. AWB 09/4951). Voor de korte afstand (de directe woonomgeving) vallen vooral die verplaatsingen met een ongericht karakter, waarvoor geldt dat het lastig is om daarover met derden afspraken te maken (Vzr. CRvB 02-09-2009, nr. 09/4428 Wmo). Het collectief vervoer kan als derde worden aangemerkt. Daarom kan in aanvulling op het gebruik van collectief vervoer voor het verplaatsen over korte afstand rond de woning een scootmobiel worden verstrekt. Daarvoor geldt uiteraard wel dat de belanghebbende aantoonbare beperkingen ondervindt in het zich verplaatsen per vervoermiddel op de korte afstand. Voor de omvang in kilometers in verband met de vervoersbehoefte wordt in beginsel uitgegaan van maximaal 1500 tot 2000 kilometer per jaar (artikel 13 lid 5 van de verordening en CRvB 29-02-2012, nr. 10/906 WMO).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel