1.Het college kan met inachtneming van artikel 9, tweede lid en artikel
9a, van de wet, onderscheidenlijk artikel 37a en 38 van de IOAW en
artikel 37a en 38 van de IOAZ bepalen dat aan belanghebbende tijdelijk,
geheel of gedeeltelijk, ontheffing wordt verleend van de in artikel 4,
eerste lid en tweede lid, van deze verordening genoemde verplichtingen,
indien:
a.het betreft een alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor
een tot zijn last komend kind tot 5 jaar en die daartoe een verzoek
indient en voldoet aan de bepalingen welke daarvoor zijn opgenomen in de
WWB, IOAW of IOAZ.
b.belanghebbende om medische of dringende redenen niet in staat is om
te
werken.
2.Ontheffing van de arbeidsplicht wordt slechts verleend voor een door
het college vast te stellen periode.
3.Op basis van een herbeoordeling kan het college besluiten een
ontheffing na afloop van de vastgestelde periode te verlengen.
4.In aansluiting op het gestelde in het eerste tot met het derde lid,
kan aan een uitkeringsgerechtigde van 57½ jaar en ouder voor de
resterende uitkeringsduur ontheffing van de arbeidsplicht worden
verleend, indien is beoordeeld dat de afstand tot de arbeidsmarkt
nauwelijks meer valt te overbruggen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5.
Criteria ontheffing arbeidsverplichting
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB 2010, gemeente Berkelland