Onverminderd artikel 2, lid 2, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de inkomensvoorzieningsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie;
HOOFDSTUK 2. GEEN OF ONVOLDOENDE MEDEWERKING VERLENEN AAN HET VERKRIJGEN OF BEHOUDEN VAN ARBEID
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving inkomensvoorzieningen 2010 gemeente De Ronde Venen