Naar hoofdinhoud
2.1 Introductie Bij brief van 4 februari 2013 schrijft de minister van Veiligheid en Justitie aan alle burgemeesters dat hij het aangescherpte coffeeshopbeleid dat per 1 januari 2013 landelijk is doorgevoerd wil toelichten. Hij zegt daarover het volgende: Het landelijk coffeeshopbeleid moet een einde maken aan overlast en criminaliteit die verband houden met coffeeshops en daarnaast de handel in verdovende middelen tegengaan. De coffeeshop moet kleiner en meer beheersbaar worden gemaakt en de aantrekkingskracht van het Nederlandse drugsbeleid op gebruikers afkomstig uit het buitenland moet terug worden gedrongen. Daarnaast is het doel van het coffeeshopbeleid om de zichtbaarheid van coffeeshops voor scholieren te verkleinen. De minister heeft in december 2012 aan de Tweede Kamer toegezegd te rapporteren over het lokale maatwerk per gemeente. Daarnaast heeft hij toegezegd voor de zomer te berichten over de tussenstand hiervan. In het kader van deze toezeggingen worden de gemeenten verzocht om de afgestemde handhavingsplannen (inclusief het handhavingsarrangement) voor 1 mei 2013 in te sturen naar het ministerie van Veiligheid en Justitie. Als aanvulling op het regionale coffeeshopbeleid en om aan de wens van de minister van Veiligheid en Justitie te voldoen, is er besloten een regionaal handhavingsplan en handhavingsarrangement op te stellen. Door het regionaal vaststellen van de stukken staan wij als regio sterker in de aanpak van overlast en criminaliteit ten aanzien van coffeeshops en de handel in softdrugs. Daarbij is het tevens voor alle coffeeshophouders in de regio duidelijk hoe de gemeenten met één of meer coffeeshops de lokale handhaving hebben ingericht. Het regionaal handhavingsplan bestaat uit de volgende drie onderdelen: Controle op coffeeshops Regionale prioriteiten in de handhaving Regionaal handhavingsarrangement 2.2 Controle op coffeeshops Iedere coffeeshop wordt twee keer per jaar door de gemeente gecontroleerd. Dit gebeurt met ondersteuning van de politie. ▪ De gemeentelijke toezichthouder is belast met de leiding en uitvoering van de controle; ▪ De politie heeft tot taak de veiligheid van de bij de controle betrokken ambtenaren te waarborgen. Indien tijdens de controle het vermoeden rijst van gepleegde strafbare feiten, stelt de politie een strafrechtelijk onderzoek in; ▪ Waar mogelijk worden ook de Belastingdienst en andere instanties bij de integrale controle betrokken; ▪ Bij klachten omtrent overlast en bij meldingen en signalen omtrent andere misstanden en incidenten rond coffeeshops, zal de politie reageren in de vorm van het onderzoeken van dergelijke informatie en indien nodig daartegen optreden. Wanneer het in dergelijke ad-hoc situaties mogelijk is, wordt ook in die gevallen de mogelijkheid verkend om direct door politie en gemeente gezamenlijk op te treden. Als dat niet eenvoudig en direct mogelijk blijkt te zijn, treedt de politie zelfstandig op; ▪ De controlerapporten worden besproken in het lokaal driehoeksoverleg; ▪ In ernstige overlastsituaties zal er een lokaal driehoeksoverleg worden belegd om afspraken te maken over de aanpak. De controle wordt door de politie geregistreerd en besproken in het lokale driehoeksoverleg. Op grond van de rapportages worden in het driehoeksoverleg afspraken gemaakt over de strafrechtelijke vervolging en bestuursrechtelijke maatregelen zoals omschreven in het handhavingsarrangement. Daarnaast zal de politie ook toezien op het terugdringen van de rol van criminele organisaties bij het bevoorraden van coffeeshops. Ook coffeeshops die zich bezighouden met voorraadvorming voor de export zullen worden vervolgd door het Openbaar Ministerie. Illegale handel in softdrugs Handel in softdrugs wordt alleen onder de strikte voorwaarden van het beleid gedoogd. Deze gedoogcriteria betreffen de AHOJGI-criteria zoals opgenomen in de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie. Alle andere vormen van handel in softdrugs zijn illegaal, en zijn verboden op grond van artikel 3 van de Opiumwet. Registratie De politie draagt zorg voor een centrale registratie van alle informatie over coffeeshops en de softdrugshandel. Dat betekent dat de politie alle klachten, meldingen en waarnemingen van politiemensen/politieoptredens, die verband houden met coffeeshops en drugshandel, vastlegt in een registratiesysteem. In de eerste plaats is registratie van belang om een goed beeld te krijgen van de gang van zaken rond coffeeshops, van de softdrugshandel in het algemeen en dus ook van de effectiviteit van het beleid. In de tweede plaats is registratie een onmisbare basis voor het optreden tegen coffeeshops die zich niet aan de gedoogcriteria houden, doordat op deze manier “automatisch” een dossier wordt opgebouwd dat in juridische procedures de basis moet vormen voor sluiting en andere sancties. In verband met de dossiervorming levert de politie zo spoedig mogelijk na ieder incident aan de gemeente alle relevante informatie aan (waaronder mutaties en proces verbalen). In dit verband is ook afgesproken dat de politie periodieke rapportages uitbrengt aan het driehoeksoverleg, zodat de uitvoering van het coffeeshopbeleid regelmatig op de agenda van het driehoeksoverleg staat. De rapportages vormen een goede basis voor concrete afspraken over optreden tegen overtredingen en misstanden. 2.3 Regionale prioriteiten in de handhaving De gemeente (lees; de burgemeester) stelt het coffeeshopbeleid vast en voert de regie. De lokale driehoek vult het beleid concreet in en stelt prioriteiten bij de dagelijkse handhaving. Gemeenten bepalen zelf of zij coffeeshops toelaten of dat zij een nulbeleid voeren. De gemeenten met één of meer coffeeshops moeten een bijbehorend handhavingsplan opstellen. De handhaving van het I-criterium dient volgens de minister te verlopen in overleg met betrokken gemeenten en zo nodig gefaseerd. Daarbij wordt aangesloten bij het lokale coffeeshop- en veiligheidsbeleid zodat sprake is van lokaal maatwerk. De gemeenten in de regio Noord-Holland Noord met één of meer coffeeshops hebben regionale overeenstemming bereikt over welke gedoogcriteria prioriteit krijgen in de handhaving. De handhaving van de AHOJG-criteria is tot regionale prioriteit benoemd omdat men van mening is dat op die criteria de meeste overlast en criminaliteit kan ontstaan. De handhaving van de AHOJG-criteria gebeurt zowel stafrechtelijk als bestuursrechtelijk (zie handhavingsarrangement). Met de aanscherping van het gedoogbeleid voor coffeeshops, door middel van het I-criterium, zijn de gemeenten de discussie gestart over het al dan niet handhaven en toekennen van prioriteit aan dit criterium. De gemeenten zijn overeengekomen vooralsnog geen prioriteit toe te kennen aan de handhaving van dit criterium. De volgende redenen liggen hieraan ten grondslag: ▪ De gemeenten in Noord-Holland Noord met één of meer coffeeshops kennen geen drugtoerisme en daarmee verband houdende drugsrunners (personen die potentiële buitenlandse klanten opwachten en overhalen naar een coffeeshop te gaan); ▪ Overlast ten aanzien van coffeeshops wordt niet specifiek toegeschreven aan bezoekers die geen ingezetenen van Nederland zijn; ▪ Criminaliteit in verband met coffeeshops en verdovende middelen is niet het gevolg van toegang tot coffeeshops en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland; ▪ Door strikte handhaving van de AHOJG-criteria wordt overlast en criminaliteit die verband houdt met coffeeshops dermate bestreden dat handhaven van het I-criterium hieraan een zeer geringe bijdrage zal leveren ten opzichte van de inspanningen die hiervoor moeten worden geleverd; ▪ Het regionaal opgestelde beleid rond coffeeshops en het Damoclesbeleid voorzien voldoende in het treffen van maatregelen ten aanzien van coffeeshops en de beheersing van de openbare orde; ▪ De burgemeester beschikt over afdoende bevoegdheden om maatregelen te treffen in het kader van de openbare orde. Dat er geen prioriteit wordt toegekend aan de handhaving van het I-criterium betekent echter niet dat het criterium niet in het handhavingsarrangement is opgenomen. Om voorbereid te zijn op overlast en criminaliteit die in de toekomst kan ontstaan door het verlenen van toegang tot en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland, is het I-criterium uit voorzorg opgenomen in het arrangement. Toekomstige handhaving van het I-criterium kan zo gemakkelijk worden gerealiseerd. Daarbij is het voor het Openbaar Ministerie van belang dat het I-criterium in het handhavingsarrangement is opgenomen, zodat zij strafrechtelijk kan handhaven in geval van zware overtreding conform de richtlijn Opiumwet. Er moet worden opgemerkt dat alle gemeenten in Noord-Holland Noord met één of meer coffeeshops de handhaving van het afstandscriterium strikt hebben doorgevoerd. De afstand tussen een coffeeshop en scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is in de gehele regio minimaal 350 meter. 2.4 Regionaal Handhavingsarrangement Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de hoogte van sancties vast te stellen, mits de zwaarte van de overtreding in verhouding staat tot het doel van de sanctie. Vanuit regionaal oogpunt en ten behoeve van duidelijkheid voor alle handhavingspartners is het wenselijk om zoveel mogelijk uniformiteit te hanteren, mede om het zogeheten “waterbedeffect” tegen te gaan. De driehoekspartners hebben ten behoeve van het coffeeshopbeleid afspraken gemaakt over een goede afstemming en een geïntegreerde inzet van het strafrechtelijke en bestuursrechtelijke instrumentarium, overigens met behoud van eigen verantwoordelijkheden. Teneinde het justitiële optreden en de bestuursrechtelijke handhaving complementair te laten zijn, wordt gewerkt met een handhavingsarrangement. Het handhavingsarrangement heeft tot doel: ▪ De handhavingsactiviteiten van politie, justitie en gemeente op elkaar af te stemmen en zoveel mogelijk complementair te laten zijn; ▪ Dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding; ▪ Kenbaar te maken aan de ‘overtreder’ welke maatregel hij van de overheid kan verwachten na een overtreding. Handhavingsinstrument Als beleidsuitgangspunt wordt in de regel gekozen voor het direct toepassen van bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Bestuursdwang is een directer middel dat, in tegenstelling tot de dwangsom, (op termijn) tot feitelijke beëindiging van de overtreding zal leiden. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt in principe gekozen voor sluiting van de woning c.q. het lokaal. Dit wordt als de meest effectieve maatregel beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere vorm van bestuursdwang dient te worden toegepast of dat er toch een last onder dwangsom wordt opgelegd. Indien er een last onder dwangsom wordt opgelegd is afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Indien een coffeeshop handelt in strijd met de AHOJGI-criteria en/of het beleid drugsverkooppunten (inclusief voorschriften) is de volgende sanctiestrategie van toepassing:

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel