Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 14.

Artikel 2.76

Carbidschieten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Carbidschieten in de open lucht is verboden. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien: carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 00.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur, als daarbij gebruik wordt gemaakt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter en mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 00.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom waarbij gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale omvang van 50 liter, met gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van reactie tussen calciumcarbide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen, mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; er een schriftelijke toestemming is van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt; de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen: op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing en op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg en op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren en op een afstand van ten minste 500 meter van een vogelbeschermingsgebied wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen; het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen; er geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten; het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat deze geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt; het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal; binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal niet meer dan tien bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten; de (melk)bussen/containers/opslagvaten zodanig stevig worden verankerd in de bodem of in een frame, of op andere wijze zodat terugslag kan worden voorkomen; er wordt geschoten door een persoon van 16 jaar of ouder, niet onder invloed van alcohol/drugs, onder toezicht van een of meerdere personen van 18 jaar of ouder. Deze dienen de eigen veiligheid en die van het publiek te waarborgen; het schietterrein goed wordt verlicht indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang. 3.. Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in lid 2 van dit artikel niet van toepassing is. 4.. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid 1 van dit artikel gestelde verbod. 5.. Het in het eerste tot en met het vierde lid bepaalde geldt niet voor zover het daarin geregelde wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht gebaseerde voorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel