Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieregeling semiopenbare oplaadpunten elektrisch vervoer

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. De-minimisverklaring: de verklaring van de aanvrager dat de aanvrager voldoet aan het bepaalde in de Verordening (EG) 1998/2006, L379/5, betreffende deminimissteun; Elektrisch voertuig: volledig elektrisch personen– of bedrijfsvoertuig met minimaal drie wielen, of een Plugin Hybride motorvoertuig met minimaal drie wielen en een actieradius van tenminste 20 volledig elektrisch aangedreven kilometers, dat is voorzien van een Europese typegoedkeuring en in het kader van de Wegenverkeerswet is toegestaan op de snelweg; Erkend installateur: een installateur van oplaadpunten die is aangesloten bij de brancheorganisatie UNETO-VNI; Erkend veiligheidskenmerk: voor laagspanningsinstallaties NEN1010, oplaadmodi voor elektrische voertuigen IEC61851 en oplaadstekkers IEC62196; Interoperabiliteit: de oplaadpunten moeten in staat zijn tot onderlinge communicatie. Dat betekent dat alle oplaadpunten van hetzelfde type stekker en oplaadpas gebruik maken (Type 2, Mode 3); Locatie: adres waar een semiopenbaar oplaadpunt wordt gerealiseerd; Oplaadpunt: voorziening waarmee een elektrisch voertuig veilig kan worden opgeladen, met één of twee uitgangen, en waarbij de stroom door de gebruiker kan worden in- en uitgeschakeld. Hierbij geldt dat één oplaadpunt met twee uitgangen geldt als twee oplaadpunten; Semiopenbaar oplaadpunt: een oplaadpunt dat wordt geplaatst op een parkeerplaats met een geldende, functionele en herkenbare bestemming voor het laten parkeren van voertuigen van derden die niet bij de subsidieaanvrager in dienst zijn waarbij het oplaadpunt op vaststaande tijden of de hele dag zonder voorafgaande afspraak of bestelling toegankelijk is voor derden. Het oplaadpunt wordt geplaatst op grond, in privé-eigendom of in erfpacht.

Rechtspraak bij dit artikel