**1..** De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
**2..** Een commissielid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie als zij niet meer voldoen aan de in artikel 13, derde lid, gestelde eisen.
**3..** De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen voor benoeming.
**4..** De raad kan de voorzitter van een raadscommissie ontslaan.
**5..** Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
**6..** Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 13.
**7..** Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het commissielid dat op voordracht van die fractie is benoemd van rechtswege.
Hoofdstuk 2.
Artikel 14.
Zittingsduur en vacatures
Onderdeel van Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies 2014