Naar hoofdinhoud
1.. Bij de toewijzing van een standplaatsvergunning geldt de volgende voorrang: woonwagenbewoners, die woonachtig zijn op een op te heffen woonwagencentrum in de gemeente Terneuzen: de hoofdbewoners, die woonachtig zijn op een standplaats; de hoofdbewoners, die meer dan één jaar met toestemming van de gemeente woonachtig zijn op een als tijdelijk aan te merken standplaats; woonwagenbewoners, inwonend bij en in familierelatie staand tot de hoofdbewoners, die woonachtig zijn op een standplaats; overige woonwagenbewoners; woonwagenbewoners in de gemeente Terneuzen: hoofdbewoners, die beschikken over zelfstandige woonruimte; woonwagenbewoners, inwonend bij en in familierelatie staand tot de hoofdbewoners; woonwagenbewoners uit Zeeuwsch-Vlaanderen: hoofdbewoners, die beschikken over zelfstandige woonruimte; woonwagenbewoners inwonend bij en in familierelatie staand tot de hoofdbewoners; overige woonwagenbewoners; overige kandidaten voor een standplaats op een woonwagencentrum; kandidaten, die om ongegronde redenen een eerder aangeboden standplaats hebben geweigerd. 2.. In aansluiting op de in lid 1 genoemde voorrangsregels gelden de volgende criteria: de periode van het woonachtig zijn op een op te heffen standplaats van een woonwagencentrum in de gemeente Terneuzen; de leeftijd van de gegadigde.

Rechtspraak bij dit artikel