1 De auditcommissie bestaat uit ten minste drie en maximaal vijf leden.
2 De leden worden door de raad uit zijn midden benoemd. De raad bevordert met de benoeming van de leden een representatieve vertegenwoordig g vanuit zijn midden.
3 De benoeming geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijds benoemingen.
4 Het lidmaatschap van de auditcommissie vervalt door het verlies van hoedanigheid van raadslid, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.
5 In tussentijds in de auditcommissie opengevallen plaatsen, wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
6 Leden van de auditcommissie worden bij afwezigheid niet vervangen.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.
Samenstelling en benoeming
Onderdeel van Verordening op de auditcommissie Nieuwegein 2013