Het college kan krachtens een verkeersbesluit, zoals bedoeld in artikel 12 van het BABW en met inachtneming van de artikelen 21 tot en met 30 van het BABW, artikel 2 van de Wegenverkeerswet en de bepalingen van de AWB op eigen initiatief of op een daartoe strekkend verzoek een gehandicaptenparkeerplaats aanwijzen.
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden doorgaans aangewezen bij openbare voorzieningen die veel publiek trekken, zoals winkelcentra, ziekenhuizen, musea, schouwburgen, stadskantoor, bibliotheken en andere openbare instellingen die regelmatig worden bezocht door gehandicapten. Ze worden zo dicht mogelijk bij de voorziening waarvoor ze zijn bestemd, aangelegd met zo weinig mogelijk obstakels op de weg naar deze voorziening.
Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangewezen binnen een loopafstand van 100 meter van het woonadres of het werkadres van de aanvrager.
Artikel 3
Aanwijzing gehandicaptenparkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregel met betrekking tot de aanwijzing en aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen